Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
17S
groote kudden worden aangefokt. Tot de in het wild levende
dieren behooren, behalve herten, reeën en wolven, ook de
bisons of prairie-buffels, die in kudden van lOOOü stuks over
de prairie zwierven, doch tegenwoordig bijna uitsluitend naar
het noordwesten zijn verjaagd; de grauwe en zwarte beer be-
wonen het gebergte; de prairie-wolf, zoo groot als eene kleine
hond, bevolkt in tallooze menigte de vlakte; daar vindt men
ook de prairie-hond, niet veel grooter dan een eekhoorntje, in
onderaardsche gangen. Tot de merkwaardigste vogels behooren
de in Noord-Amerika te huis behoorende wilde kalkoen, en
de ontelbare scharen trekdieren. Eatelslangen zijn in de warme
vlakten volstrekt geene zeldzaamheid.
In de wouden van het heete Middel-Amerika leven velerlei
apen en papegaaien, de poema of leeuw zonder manen, jagoears
en eenige andere groote dieren van het kattengeslacht, tapirs,
waschberen, mieren-eters en gordeldieren, kleine varkens, hage-
dissen en in de rivieren alligators. Eene soort van cactus wordt
verbouwd tot voeding van het kermesdiertje, waaruit de kost-
bare roode kleurstof cochenielje wordt bereid. — Aan Groenlands
kusten en in de noordelijkste streken zwerven ijsberen, walrussen
en robben , die wegeus hun huid en spek in groote menigte wor-
den gedood, ook wal'visschen en narvals. De talrijke pelsdieren
vindt men in het uitgestrekte woudgebied ten noorden van den
50sten graad; bevers, marters, otters, vossen, beren, lossen
en wolven worden door de eenzaam rondzwervende jagers onop-
houdelijk nagespoord en bij duizenden geschoten.
Bewoners: de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika
behooren tot het roodbruine ras, en zijn nooit zeer talrijk ge-
weest, daar zij hoofdzakelijk van de jacht leven. Thans schat
men hun aantal op slechts 300000, verdeeld in eene groote
menigte stammen, waarvan het talrijkst zijn de Sioux, Chip-
peways, Chirokeezen, Sosjonen en Delawaren. Vele
stammen zijn reeds uitgestorven, zooals de Mohikanen, en de
nog aanwezige gaan ook het uitsterven te gemoet. Vroeger be-
woonden zij dan ook geheel Noord-Amerika, tegenwoordig leven