Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
176
meer; over het algemeen zijn binnenslands de winters veel kouder
en de zomers veel heeter dan in Europa, terwijl de herfst
het aangenaamste seizoen is. Het zuidelijkst deel van Noord-
Amerika en de eilanden behooren reeds tot den heeten gordel
en hebben een daaraan geëvenredigd klimaat, dat op de hoog-
vlakten door de hooge ligging van den bodem getemperd wordt
tot eene heerlijke lente.
Planten: het gebied der noordelijke rots- en meervlakte bezit,
behalve laag geboomte, slechts kreupelhout en velerlei beziën
dragende kruiden, welker vruchten, met de in 't wild wassende
moerasrijst, bijna de eenige voor de weinige bewoners eetbare pro-
ducten zijn. Zuidelijker, tusschen Hudsons-baai en St. Laurens-
rivier, is het geheele land bedekt met wouden, vol oude en
reusachtige naaldboomen, waarvan het hout als balken en planken
in ongehoorde hoeveelheden wordt uitgevoerd. Ook in het ge-
bied der Alleghanies en van den Missisippi zijn de hoogten
bedekt met uitgestrekte naald bosschen, de lagere streken
met loofhout in grooter verscheidenheid dan in de bosschen
van Europa. Onder de loofboomen behoort ook de veelvuldig
aangeplante suiker-ahorn, welks doorboorde stam rijkelijk sap
oplevert, waaruit eene aanzienlijke hoeveelheid suiker wordt ge-
wonnen. Ook vindt men er tegenwoordig al de ooftboomen
van ons werelddeel. Maïs, tarwe, haver en gerst worden in
overvloed verbouwd.
De Atlantische kustlanden bezitten ook bosschen van naald-
en loofhout, doormengd met een aantal in Noord-Amerika te huis
behoorende vruchtboomen, moeras-ceders en cypressen, wilde
wingerd, enz. — Het zuidoostelijkst gedeelte is reeds zoo warm,
dat er eene soort van palmboom groeit, maar vooral gewichtig
wegens de voortbrengselen der plantages; de bezitters dier
groote landgoederen verbouwen hier aanzienlijke hoeveelheden
katoen en tabak, meer dan ergens elders, voorts suikerriet en
rijst, en dat wel met hulp van Negers, die voorheen in Afrika
opgevangen en dan hier verkocht werdeu; die menschenhandel