Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
175
worden. Men kan bijna zeker voorspellen dat de tijd niet vér
verwijderd is, waarop men zal spreken van den laatsten roodhuid
en den laatsten buffel.
E. Aan de oostzijde der Alleghanies ligt de Atlantische
kustvlakte, in het N. smal en naar het Z.W. breeder wor-
dend, grooter dan het Duitsche rijk, door aanzienlijke rivieren
besproeid, het gewichtigste en volkrijkste gedeelte van Noord-
Amerika ; het land der groote steden , der fabrieken , dér ont-
wikkeling van den geest en van den zeehandel; ook het be-
langrijkst voor de geschiedenis van het werelddeel, dat van
hieruit werd gekoloniseerd. Het zuidelijkst deel bezit reeds een
zeer warm klimaat en levert groote hoeveelheid katoen, suiker,
tabak en rijst.
E. De A n t i 11 e n, bijna alle bergachtig, vele der kleine
vulcanisch; op de beide grootste verrijzen onderanderen toppen
van 2500 meter hoogte.
Klimaat: de landen aan de westzijde en in het zuiden van
Noord-Amerika kan men warme, die in het noorden koude,
en die langs de zuidoostelijke kusten gematigde noemen.
Het springt in 't oog dat de winter aan de westzijde veel warmer
is, dan men volgens de geographische breedte zou verwachten, —
de winter aan de oostzijde daarentegen veel kouder; de uit den
Grooten Oceaan waaiende vochtige zuidwesten-winden, temperen
aan de westzijde de winterkoude, evenals zulks in Europa plaats
vindt. Aan de westzijde van de bergketenen, welke het wereld-
deel van het noorden naar het zuiden doorsnijden, wordt bijna
al de vochtigheid dezer zeewinden opgevangen; vandaar trotsche
boomgroei en weelderige plantendosch aan de zeezijde; naar de
oostzijde dezer gebergten voeren derhalve de winden weinig voch-
tigheid mee, en op het Groote Bassin en de prairie-vlakten
heerscht dus gebrek aan houtgewas, ja zelfs hier en daar
woestijnachtige dorheid en naaktheid. De temperatuur der noor-
delijke eilanden langs de westkust vindt men in het binnenland
eerst terug in de veel zuidelijker gelegen landen aan het Boven-