Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
173
is eene 2000 meter hooge, schraal bewassen, deels woestijn-
achtige, maar aan goud en zilver zeer rijke, bergachtige land-
streek. Ten noordoosten van het Groote Zoutmeer verrijst de
Premonts - piek, en naar het zuidoosten toe verheffen zich
aan den oostelijken rand van het plateau een aantal trotsche
berggevaarten van 4000 tot 5000 meter hoogte; terecht voert
het gebergte hier zijn naam van Rots- gebergte, maar toch wist
men er den spoorweg van den Atlantischen naar den Grooten
Oceaan overheen te voeren.
De voorzetting dezer hoogvlakte naar het Z. tot Mexico, is
het plateau van Anahuac, overal 2000 meter hoog of
nog hooger, op zijn beurt door randketenen van de lage vlakten
gescheiden, en op het midden in de geheele lengte doorsneden
door de zilverrijke Siërra Madre (moeder-gebergte). Van
het W. naar het O. loopt dwars over dit plateau een reeks vul-
canen, waarvan de oostelijkste, de Citlaltepetl, bij Orizaba,
ongeveer 5500 meter hoog, de aanzienlijkste is. — Hieraan
sluiten zich in het zuidoosten de aan vulcanen rijke hoogvlakten
en berglandschappen van Middel-Amerika, aan de landengte
van Panama tot kwalijk 100 meter hoogte dalende.
B. Eene lijn, van de Mackenzie-monding naar de meren van
het St. Laurens-gebied en langs dien stroom , begrenst de om
de Hudsons-baai gelegene noordelijke r O t s- en meren-vlakte
of het Ruperts-land, bevattende de vroeger genoemde groote,
en een talloos tal kleinere meren, met de telkens van loop ver-
anderende stroomen; behalve in het noorden allerwege bezet
met bosschen, rijk aan pelsdieren, maar menschenarm en zon-
der vaste woonsteden, uitgezonderd enkele vér uit elkander lig-
gende, eenigermate voor aanvallen der Indianen beveiligde oor-
den, daar forten genoemd en door de Engelsche handelaars
aangelegd en onderhouden. Dit rotsige plateau beslaat wel een
vierde van Noord-Amerika ; de winters zijn er zeer streng en
lang, en op den rotsbodem rust slechts een dunne korst van
teelaarde, op welker moerassige, met mossen en gras bedekte
oppervlakte de sneeuw maanden lang blijft liggen.