Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
winden een halfjaar lang (October—April) uil het noordwesten,
en het ander halfjaar uit hel zuidwesten waaien, in verband met
den stand der Zon ten zuiden of ten noorden van de eveunachts-
linie. Tot de regelmatige winden kan men ook rekenen de nach-
telijke land winden, des daags afgewisseld door zee winden,
welke aan de meeste kusten en eilanden worden waargenomen,
behalve in de koudere luchtstreken.
Dat men de winden naar de oorden van herkomst in voch-
tige en droge, in koude en warme kan onderscheiden,
spreekt als vanzelf; ook bij ons te lande kan men lichtelijk
gewaar worden, dat de westenwinden uit den Oceaan regen aan-
brengen, terwijl de oostenwinden uit Oostelijk Europa en Azië
's zomers droge hitte en 's winters droge koude verschaffen; nog
sterker spreekt dit in de landen, welke de groote Afrikaansche
woestijnen begrenzen, daar zulk een h e e t e woestijn wind,
als sirocco of föhn, zijn invloed heinde en ver gevoelig doet
bespeuren.
Nog met een enkel woord dient gewezen te worden op het
verschil in snelheid of in kracht; het verkwikkende avond-
koeltje aan het strand verschilt reeds ontzaglijk van de krach-
tige bries, die de zeegolven tegen kust en havendam in schuim
doet uiléénspatten, — maar nog meer van den woedenden storm,
die alles voor zich heen zweept, en iu de heete gewesten onzer
Aarde dikwerf overgaat in een nog vernielender orkaan.
Dit filles moge ons reeds overtuigd hebben van de heilzame
en krachtige werking van den dampkring, — de gewichtigste rol,
die hij te vervullen heeft, beslaat in de regeling van het klimaat,
omdat dit van zoo grooten invloed is op de bewoonbaarheid,
vruchtbaarheid en gezondheid eener landstreek. Tusschen de
keerkringen wordt de dampkring het meest verwarmd en
hij is er het ruimst van vocht voorzien; vandaar de verbazende
vruchtbaarheid van de meeste keerkringslanden. In de gema-
tigde luchtstreek is de warmte 's zomers dikwerf nog zeer aan-
merkelijk , maar de winterkoude brengt daarin eene groote afwis-
seling ; gemeenlijk paart zich daaraan eene voldoende hoeveelheid