Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
151
de vruchtbare eilanden, en het voor meer dan de helft met
heideruggen bezette schiereiland Jutland. Granen, runde-
ren, prachtige beukenwouden maken den rijkdom uit van den
bodem; de gunstige ligging bevordert den handel. — Op den
oostelijksten uithoek, aan de Sond, tegenover de Zweedsche
kust, ligt op het grootste eiland Seeland de hoofdstad K o-
penhagen, 225000 inw., het centrum van het rijk wat
wetenschap, nijverheid en handel betreft. — Al de overige ste-
den zijn onbeduidend. — Eunen, Laalland en Bor n-
h o 1 m zijn van de overige eilanden de grootste.
De jongste oorlogen met Duitschland ontnamen Sleeswijk, Hol-
stein en Lauenburg aan de Kroon. — Tot deze monarchie behooren
thans nog de 22 Par-öer (Schapen-eilanden) inden Atlantischen
Oceaan , te zamen zoo groot als de provincie Utrecht,.boomloos ,
door visschers bewoond; — het nog noordwestelijker gelegen
groote eiland IJsland, ruim driemaal zoo groot als Neder-
land, vol lava-woestenijen, sneeuwvelden en rotsige bergvlakten,
1000 jaar lang bewoond door eene vrij beschaafde bevolking,
van visch- en vogelvangst en schapenteelt levende; bekend is
de vulkaan H e k 1 a, en niet minder de talrijke heete spring-
bronnen , g e y s e r s; — de zuidwestkust van het ijzige Groen-
land, en de kleine eilanden S t. Thomas, S t. Jan en
S t. C r o i x in de Antillen.
Het Skandinavisch Schiereiland,
de Koninkrijken Zweden en Noorwegen.
Beide Koninkrijken, ouder cén Koning staande, zijn te zamen
bijna I5 maal grooter dan het Duitsche rijk, met nauwelijks
I der bevolking. Op Zweden komen | der oppervlakte met
fV der bevolking, op Noorwegen 1 met j\ der bewoners.
Bijna het geheele schiereiland is rots en berg, alleen in Zuid-
Zweden vindt men heuvelachtige vlakten. Slechts -jV van Zweden
en tV van Noorwegen is goede bouwgrond, terwijl dit in andere,
vruchtbare landen i bedraagt; meren , moerassen, sneeuwvelden en
rotswoestijnen nemen i van Zweden, ruim de helft van Noor-
wegen in. Meer dan de helft van het geheele schiereiland bestaat
uit bosschen.