Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
De Aarde als natuurlichaam.
a) De Dampkring.
De Aarde is omringd door eenen dampkring of eene
atmosfeer, diej zich met haar om de Zon beweegt en het
tooneel, meestal ook de aanleiding is van velerlei verschijnselen,
Onweder, weerlicht, noorderlicht, enz. worden waarschijnlijk
door de electriciteit voortgebracht; daarentegen is het
toe te schrijven aan'de breking of buiging der licht-
stralen in de atmosfeer, dat schemering, morgen- en avond-
rood, regenbogen, kringen om Zon en Maan, bijzonnen of
bijmanen, luchtspiegelingen en dergelijke zich aan ons oog voor-
doen. Gewichtig zijn vooral de waterige verschijnselen in
den dampkring, die hun ontstaan danken aan de verdamping
van het water, dat'zich aan de aardoppervlakte bevindt. De
aanwezigheid van veel waterdamp bespeurt men door de mindere
doorzichtigheid der lucht, hetgeen wij alsdan wolken, nevel
of damp noemen.
Ontladen de [wolken zich van haar vocht, dan valt dit als
regen op het aardrijk neer en schenkt op die wijz| vrucht-
baarheid aan den bodem ; de van regen verstoken landstreken
zijn dor, tenzij er jop andere wijzen voldoende vochtigheid door
besproeiing of bevloeiing wordt aangebracht. Wij zien dit het
best in de uitgestrekte woestijnen van Afrika en Azië. Niet overal
valt derhalve evenveel regen, het verschil is zelfs zeer groot, en
vooral in de heete luchtstreken, waar het meeste water als damp
wordt opgenomen, en aan de berghellingen, waar de regenwolken
worden tegengehouden, vallen verbazende hoeveelheden; zoo ook
zijn de meeste kustlanden regenrijker dan het binnenland der
groote werelddeelen. Is de dampkring zoo koud dat de vocht-
deelen bevriezen, dan daalt de regen neer in den vorm van
sneeuw, terwijl de hagel vermoedelijk gevormd wordt door
eene plotselinge afkoeling van hoogere luchtlagen.
Het spreekt vanzelf dat de zonnewarmte, welke zulk een
belangrijken invloed uitoefent op den aardbodem, ook invloed