Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
strekken zich van die keerkringen uit tot de beide Poolcirkels,
welke op graad afstand van de polen zijn getrokken, en
die streken omsluiten, alwaar de zonnestralen voortdurend slechts
in zeer schuinen stand de oppervlakte beschijnen, de winter vele
maanden en de zomer enkele weken duurt; terecht heeten dit
dan ook de koude luchtstreken, alwaar de duur der dagen
en dus ook der nachten van 24 uur tot 6 maanden verschilt.
Op 21 of 22 Maart en op 23 September staat de Zon lood-
recht boven den evenaar, op 21 Juni staat zij loodrecht boven
den Kreeftskeerkring en heeft het noordelijk halfrond derhalve
zomer, en op 21 December boven den Steenbokskeerkring,
wanneer het zuidelijk halfrond zomer heeft. Onze weerkundige
jaargetijden komen niet volkomen overeen met deze sterrekun-
dige, omdat de warmte zich het krachtigst doet gevoelen wan-
neer de invloed der zonnestralen reeds eenigen tijd werkzaam
is geweest, terwijl de gevoeligste koude ook eerst in Januari
invalt, 'hoewel de zonnestralen ons in December het minst koeste-
ren. Onze lente (in het noordelijk halfrond) begint dus op
21 of 22 Maart en duurt tot 21 Juni, de zomer duurt van
21 Juni.tot 23 September, de herfst van 23 September tot
21 December, de winter van 21 December tot 21 of 22 Maart.
In dit werkje zal menigmaal van mijlen en vierkante mijlen gesproken
worden. Wij bedoelen daarmede geograptiisclie of Duitsche mijlen van
Fig. 3.
15 in een graad van de groote cir-
kels, en alzoo één en een derde uur
gaans lang; (5<5n vierkante mijl is dus
7^20,•(38 meter lang en breed , en
beslaat derhalve eene oppervlakte
van 5506J licctare. Als men nagaat
dat de stad Amsterdam slechts eene
oppervlakte van 756 hectare binnen
hare wallen bezit, en dat het eiland
Vlieland nog geen vierkante mijl
beslaat, kan men zich eenigermate
een denkbeeld vormen van die uit-
gestrektheid.