Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
Engeland Schotland i, Ierland Wales J^; van de be-
volking woont in Engeland ruim |, in Schotland ruim -j-V > in
Ierland in Wales nog niet Vö-
De door de zee omringende eilanden hebben een vochtig,
nevelrijk zeeklimaat, derhalve niet strenge winters en koele
zomers; verschillende planten, die ons bij te lande bevriezen,
overwinteren er in de vrije lucht, terwijl daarentegen de zomer-
zon gemeenlijk niet in staat is den druif tot volkomen rijpheid
te brengen. — Engeland en vooral Ierland zijn dus bekend
wegens de saprijke weiden; de vruchtbaarheid laat over 't al-
gemeen weinig te wenschen overig, behalve in de Schotsche
hooglanden, alwaar het ruwe klimaat, hoewel niet koud, bijna
geen boomgroei toelaat; door slechte afwatering is bijna ^ van
Ierland moerassig.
Ierland is merkwaardig genoeg, in het binnenland vlak, aan
de kusten, met name in het Z.W. met bergruggen omgord,
nergens 1200 meter hoogte overtreffend. — Schotland is daar-
entegen, vooral in 't N., een wild rotsgebied, met den hoogsten
top van het geheele eilandrijk, den Ben-Neyis, 1300 meter,
en naakte heideruggen; de omringende eilanden rijzen evenals
Schotlands W.- en N.lijke kusten meestal steil uit den Oceaan
op. — Ook Wales is een wild en ruw bergland, in 't N. zich
het hoogst verheffend in den S n o w d o n.
In Engeland is het noordwestelijk deel, het graafschap Cum-
berland, een hoogst schilderachtig bergland; een bergrug, het
P e a k - gebergte (spr. Piek), welke nergens eene aanzienlijke
hoogte bereikt, doorsnijdt Engeland van het N. naar het Z.,
en het zuidwestelijk schiereiland Cornwallis is bezet met zeer
ertsrijke gebergten; de zuidelijke kusten vormen meest vrij steile
rotswanden, evenals de tegenoverliggende kust van Normandië.
Geheel oostelijk Engeland is vlak, en helt langzamerhand af
naar de Noordzee; dit is hèt vruchtbaarste, welvarendste, vrien-
delijkste gedeelte van het rijk.
Tarwebouw en veeteelt zijn op het land hoofdzaak; nergens
ter wereld is de mijnbouw belangrijker dan in de bergachtige