Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
beweging der Aarde om haar as is toe te schrijven, dat wij de
hemellichten boven den horizon zien rijzen en onder dezen zien
verdwijnen.
Het punt van den horizon dat juist onder het hoogste punt
van den dagelijksehen Zonsweg ligt, noemen wij het middagspunt
of het z u i d e n, en de lijn vandaar door ons standpunt getrok-
ken , de m i d d a g s 1 ij n; verlengt men die denkbeeldig tot een
rondom de Aarde loopenden cirkel, dan noemt men deze een
middag-cirkel of den meridiaan van het oord waar wij
ons bievinden. Het aan het zuidpunt tegenovergestelde punt van
den horizon, dat ook door dien cirkel gesneden wordt, heet
het n O O r d e n. Deze twee punten, het noorden en het zuiden,
met het oosten waar de Zon schijnbaar opgaat, en het westen
waar de Zon ondergaat, duiden devierhemelstreken aan;
het punt midden tusschen noorden en oosten heet het noord-
oosten , tusschen zuiden en oosten het zuidoosten, tusschen zuiden
en westen het zuidwesten, tusschen noorden en westen het noord-
westen; voorts verdeelt men de windroos — aldus genoemd
omdat de winden hun naam ontvangen van de hemelstreken —
nog in N.N.West, W.N.West, W.Z.VVest, enz., terwijl de ver-
deeling in 32 hemelstreken ook spreekt van N. ten Westen ,
'N.W. ten Noorden, N.W. ten Westen, enz. (Zie %. 1, bladz. 4.)
Over den aardbol worden ook denkbeeldige cirkels getrokken
evenwijdig aan den evenaar: deze heeten parallellen of breedte-
cirkels, die van den evenaar naar de polen natuurlijk steeds kleiner
worden. Daar alle cirkels, zoowel sterre- als wiskundige in
360 graden (°) worden verdeeld, telt men van den evenaar
tot ieder der polen 90 breedtegraden; Arnhem, op ongeveer
52° noorderbreedte liggende, is dus 52° verwijderd van
den evenaar en slechts 38° van de noordpool.
Zoo kan men zich ook cirkels voorstellen, die over de beide
polen getrokken den evenaar tweemaal rechthoekig snijden; dit
zijn alle meridianen of middagcirkels; telkens op
één graad afstand van elkander getrokken wordend, telt men
er 180, die ieder den evenaar tweemaal, dus op 360 punten