Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
aanhoudend haar invloed doet gevoelen, dat daardoor de korte
duur van den zomertijd bijna vergoed wordt,
Planten. De plantengroei aan de Middellandsche zee met zijn
altijdgroen loofhout bestaat uit mirten, laurieren, verschil-
lende eiken, citroen- en oraiijeboomen, china's appelen, granaten,
vijgen, olijfboomen, oleanders, eetbare kastanjes, wijn, johannis-
broodboomen, hier en daar ook dwerg- en dadelpalmen, enz.
Bosschen van eetbare kastanjes vindt men niet ten noorden
van de Main, eiken-, beuken- en lindenwouden slechts tot de
geographische breedte van zuidelijk Zweden ; de berk gaat tot
in het uiterste noorden, evenals het naaldhout dat allerwege de
hoogere doelen van de gebergten bedekt. De grootste wouden
heeft het Skandinavisch schiereiland en noordelijk Eusland, alwaar
een vlakte maal zoo groot als Duitschland met bosschen is
bedekt. Waar in het noordoosten de boomen niet meer voort-
komen, däär treden als plaatsvervangers op de beziën-dragende
struiken, welke in ongehoorde hoeveelheden groeien. Ten Z,
van 51° N.Br, wordt bijna overal in Europa de wijnstok aan-
gekweekt ter bereiding van wijn. Behalve de verschillende granen,
vooral in Middel-Europa verbouwd wordend, met name tarwe,
rogge, gerst en haver, neemt de teelt van vlas, hennep en aard-
appelen ook aanzienlijke ruimte in. Ooft komt er mede veel-
vuldig voor en tabak wordt ook veel verbouwd van Nederland
tot in zuidelijk Eusland,
Dieren. De meeste wilde verscheurende dieren zijn in Europa
uitgeroeid, toch komen beer, losch en wolf nog in de berg- en
boschachtige streken voor; eigenaardig aan dit 'werelddeel zijn
het hert, de auer-os, de gems, de steenbok, de moeflon en de
marmot, — Vooral van belang zijn de huisdieren, welke men
er door de edelste rassen vertegenwoordigd vindt; in 't zuiden
leeft ook de buffel en zelfs de kameel. — Van groot gewicht is
ook de vischrijkdom van de rivieren, meren en zeeën van dit
werelddeel, die voor een aanzienlijk deel in de voeding der be-
volking voorziet; noemenswaardig is vooral de vangst van kabel-
jauw in den Atlantischen Oceaan, van haring in de Noordzee,