Boekgegevens
Titel: De koningszoon
Auteur: Tucker, Charlotte Maria
Uitgave: Amsterdam: M.S. Bromet, midden 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5831
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201147
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De koningszoon
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
om het hardop te zeggen: „Bit is mijn gebod, dat gij
elkander lief hebt, zooals Ik u liefgehad heb."
„Uit is dan," zeide de onderwijzer, „de beweegreden
der liefde. Bedenk," vervolgde hij met nadruk, „dat dit
de laatste bede van onzen Zaligmaker was, toen Hij, die
de onschuld zelve heette, op het punt stond de schande,
de smarten en den dood om onzentwil te ondergaan. Is
er een hart hier zoo koud, dat het den laatsten wensch
van een stervenden Vriend zou minachten — zoo ondank-
baar, dat het trachten zou, om eene liefde, zoo ondenk-
baar groot, te bedroeven? Kunnen wij aan Zijne genade
denken, en nog ondankbaar zijn; en door ons slecht en
onedelmoedig gedrag jegens onze medemenschen tooneu,
dat de voornaamste beweegreden geen macht heeft over
onze zielen, en dat wij onhartelijk en ondankbaar liever
de eenige wijze, waarop wij onze liefde voor Hem, die
ons liefhad en zichzelven voor ons gaf, kunnen bewijzen,
veronachtzaam ?"
Er kwam geen onmiddelijk antwoord op deze vraag —
misschien verwachtte de onderwijzer er ook geen; maar
toen de jongens na het einde der lessen het schoolvertrek
uitgingen , zag Thorn, met een gevoel van onuitsprekelijk
geluk, den jongen Nayland naar Jan Dalmar loopen,
en terwijl een hoogrood zijne wang overtoog, iets in zijn