Boekgegevens
Titel: De koningszoon
Auteur: Tucker, Charlotte Maria
Uitgave: Amsterdam: M.S. Bromet, midden 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5831
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201147
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De koningszoon
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
„dan zou hij verdiend hebben, dat men hem naar zijne
kerker teruggesleept had, om hem daar een veel ellen-
diger lot te hebben doen ondergaan."
„Zoo is het," zeide ïhorn, „en zoo zal het zijn; als
de Heer komt, om de wereld te oordeelen. Zij, die de
genade van den Zaligmaker gesmaakt hebben, en toch
zich weder met Zijne vijanden vereenigen — die Zijne vol-
komen gerechtigheid verwerpen en de wegen kiezen, die
Hij veroordeeld heeft — die de zonden, welke Hem het
dierbaar leven kosten niet betreuren of verlaten , — zullen
strenger gekastijd worden, dan de heidenen, die Hem
noch Zijne wetten ooit gekend hebben."
„Uaar is een ding, dat ik graag zou willen weten," lispelde
het jongste kind van de school; „wat op het papier dat
de liefderijke Vriend aan den arme gevangene gaf, stond,
toen hij hem vrijliet?"
„Zijn laatste verzoek, ongetwijfeld!" zeide Nayland.
„Welke woorden zoudt gij denken, dat er op dat pa-
pier stonden?" zeide Thorn tot Edmund Butler, een vlij-
tigen jongen, die gewoonlijk de eerste van de school was.
Edmund dacht een oogenblik na en zeide toen: „AU gij
Mij lief helt, onderhoudt Mijne geboden !"
Thorn zag, dat een antwoord op de lippen van den
armen Jan trilde, en moedigde hem door een wenk aan