Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
met eenen Raad van State, die zyne gedachten daarover
mededeelt, en stelt hij Ministeriëele Departementen
in, waarvan hij de hoofden benoemt en ontslaat; deze zorgen
voor de uitvoering der wetten, zijn deswege verantwoorde-
lijk en onderteekenen daarom alle koninklijke beschikkingen,
hun departement betreffende.
§ 72. Het volk wordt in alle krachtens eene grondwet
bestuurde landen (constitutioneele rijken) vertegen-
woordigd door afgevaardigden, die bij ons verdeeld zijn
in eene Eerste- en Tweede Kamer, te zamen de Sta-
ten-Generaal uitmakende. Deze worden op verschillende
wijzen verkozen: de Tweede Kamer-leden door meer-
dei-jarige burgers, overeenkomstig de plaatselijke gesteldheid
ƒ 20 tot ƒ 160 in de direkte belastingen betalende, voor
ieder 45000 inwoners één (tegenwoordig 85), tot welk einde
het Rgk in kiesdistrikten is ingedeeld;—de Eerste Kamer-
leden door de leden der Provinciale Staten uit de hoogst
aangeslagenen in de direkte belastingen, voor de verschillende
provinciën in de volgende verhouding: Noordbrabant 5,
Gelderland 5 , Zuid-Holland 7 , Noord-Holland 6, Zeeland 2,
Utrecht 2, Friesland 3, Overijsel 3, Groningen 2, Drenthe
1, Limburg 3, te zamen 39. De Tweede Kamer-leden
genieten eene vaste schadeloosstelling van /2000 'sjaars en
voorts reiskosten; de leden der Eerste Kamer alleen vergoe-
ding van reis- en verblijfkosten. De Voorzitter van de Eerste
Kamer wordt door den Koning gekozen, die der Tweede
Kamer benoemt hij uit eene door de Kamer aangeboden op-
gave van drie leden.
De leden der Tweede Kamer moeten 30 jaar oud zijn, en
houden op leden te zijn als zij een bezoldigd Staatsambt aan-
nemen; krijgslieden, geestelijken en enkele burgerlijke amb-
tenaren kunnen gedurende de waarnemiug van hun ambt
niet tevens leden der Kamers zijn. De leden der Tweede
Kamer onderzoeken alle voorgestelde wetten, en hebben
het recht er wgzigingen (amendementen) in voor te stel-
len ; hun zittingstgd duurt vier jaren, doch zij zgn dade-
lijk daarna herkiesbaar. De leden der Eerste Kamer moeten
meerderjarig zijn en zgn ook herkiesbaar; zij hebben gedurende
negen jaren zitting, onderzoeken alle door de Tweede Kamer
aangenomen wetten en zenden die waarmede zij zich kunnen
vereenigen ter goedkeuring aan den Koning, die ze dan af-