Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
begrippen , welke de inwoners bezielen op het punt van het
goede, edele, schoone en rechtmatige; het volk, dat het best
zedelgk ontwikkeld is, zal ook het minst dwalen in het toe-
passen van recht of onrecht, het spoedigst zijne ware belan-
gen begrijpen, het meeste afkeer hebben van rustverstoring,
den grootsten eerbied koesteren voor de wetten des lands
en voor het bestuur, dat zijne belangen moet behartigen.
Niet alle volken verkeeren in dit opzicht in een guustigen
toestand en voor den Nederlander is het vooral van groot
belang dit te begrijpen, omdat de bevolking der kolo-
niën in geenen deele op gelijken trap van ontwikkeling
staat als die van het moederland, en derhalve maatregelen,
welke hier billijk moeten geacht worden, däär niet van pas
zouden zijn, en omgekeerd daar verordeningen in het aanzyn
moeten worden geroepen, welke hier om het onbevangen
oordeel van de ingezetenen overbodig zijn.
Immers men onderscheidt de tot volksstammen vereenigde
menschen in wilde , halfbeschaafde en beschaafde volkeren :—
de eersten kennen geen grondbezit, geen landbouw, hun
zorg strekt zich niet verder uit dan tot den dag van heden,
aan een geregeld bestuur zijn zij niet te onderwerpen, het
begrip van godsdienst is slechts flauw bij hen ontwikkeld;
slechts enkele, meestal binnenlands gevestigde stammen in
N e d e r 1 a n d s c li Oost- en W e s t-I n d i ë, behooren tot dezen
laagsten trap. — De half beschaafden maken het meerendeel der
bevolking van den Oost-Indischen Archipel uit; zij
zijn gewend, aan een geregeld bestuur, dat zich echter dik-
werfdaden van willekeur veroorloofde, hun godsdienst is op
menig punt in stryd met christelijke beginselen, hunne be-
zittingen zijn niet volkomen tegen geweld verzekerd, maar toch
houden zij zich met landbouw, handel en enkele handwerken
bezig; kunsten en de meeste wetenschappen kennen zij evenwel
nauwlijks bij naam. — De beschaafde volkeren staan op veel
hooger trap: geweld en willekeur zijn hun een gruwel, hunne
maatschappelijke instellingen zijn op christelijke deugden ge-
grondvest, gewetensvryheid staat op den voorgrond en lust tot
studie, tot kunst en wetenschap bevordert de algemeene
ontwikkeling, verheft het handwerk tot kunst, en maakt de
kunst tot genot, de wetenschap tot levensgids.