Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
fakturen, wollen garens, wollen manufakturen, zaden , tim*
merhout en bouwsteenen; bij den uitvoer: drogerijen,
yzer (ruw), suiker (geraf.), koffie, ruwe katoen, katoenen
manufakturen, katoenen garens, vlas, slachtvee, boter, smeer
en talk, wollen garens, huiden, indigo en kaas.
Dit kort maar zakelgk overzicht van den buitenlandschen
handel besluiten wij met de vermelding, dat de vooruitgang
der laatste jaren meestal ten bate der Zuid-Hollandsche
havens komt, doch dat men in 't oog moet houden, dat
de rechtstreeksche aanvoeren (de zoogenaamde eigen handel)
het aanzienlijkst zyn te Amsterdam, terwyl een groot
deel der handelsbeweging te Rotterdam aan commissie-
handel en doorvoer is toe te schrijven; voor den uitvoer
is deze haven echter verreweg het belangrykst, zij overtreft
daarin Amsterdam bijna drievoudig.
Het scheepvaartverkeer steeg bij het binnenkomen in 1875
tot ongeveer 3 millioen ton inhoud, waarvan 70% bestemd
was naar de Maashavens en ruim 20% voor Amsterdam, de
overige havens deelden de overblijvende 10%.
§ 05. Reeds in § 1 wezen wij op de gunstige ligging vau
Nederland, maar toch moest 's menschen overleg te hulp ko-
men om een doeltreffend gebruik van dat natuurlyk voordeel
te kunnen maken. In de vroegste tijden konden de bewoners
dezer streken reeds de waterwegen bezigen voor een onder-
ling verkeer, dat elders nog in windselen lag, langzamerhand
werd men er op bedacht de landwegen in alle jaargetijden
bruikbaar te maken, en tegenwoordig is er moeilijk een dorp
in Nederland te vinden, dat niet van goede verkeerwegen
is voorzien; toen eenmaal het Rijksbestuur onder Koning
Willem I het voorbeeld had gegeven, door de hoofdstad door
middel van straatwegen met het zuiden, oosten, noord-oosten
te verbinden, was het ys niet alleen gebroken, maar overal
erkende men welke zegeningen een gemakkelijk verkeer
verspreidt; het aantal straat- en kunstwegen nam steeds
hand over hand toe, en nog altijd wordt aan de vol-
tooiing van het uitgestrekte net gearbeid. Om onze havens
toegankelijk te maken werden geene sommen gespaard;
tot op dezen oogenblik wordt er gearbeid aan betere en kor-
tere wegen naar zee voor de beide grootste koopsteden;
bovendien moesten onze gevaarlijke kusten ook 's nachts te
naderen zijn, en de kolossale vuurtorens op Sch iermonnik-