Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
sjovis bij Bergen op Zoom, het meeste vertier verschaffen.
Onder de binnenwateren zyn de Friesche meren het
vischrykst, de palingvangst is daar van veel gewicht,
maar de zalmvangst op Maas, Leken Merwede, de
baarzen en snoeken der kleinere stroomen en plassen zyn
ook niet onbelangryk. Te zamen voorziet deze tak van nijver-
heid in de aanzienlijke eigen behoefte en bovendien wordt
er nog voor een bedrag van 3 millioen gulden uitgevoerd.
De wisselvalligheid der vangst en de gedrukte marktprijzen ,
zoodra zij zeer gunstig is, zyn belemmeringen voor de wel-
vaart der visschers.
§ 56. De eigenlyk gezegde landbouw ligt nu aan de
beurt en schaart zich waardig nevens de veeteelt, al voor-
ziet de graanoogst niet geheel in onze behoeften; dit is
hoofdzakelijk toe te schryven aan de uitnemende geschiktheid
van een groot deel van onzen rijken kleibodem om met goed
gevolg andere gewassen voort te brengen; immers koopt men
liever elders tarwe en rogge, dan dat men zich het voordeel
zou ontzeggen dat de ruimere oogsten van koolzaad, haver,
gerst, meekrap en fijne zaden thans opleveren; dit roept een
levendigen handel in 't aanzijn, die nog versterkt wordt
door den aanvoer van aanzienlijke hoeveelheden graan ten
dienste onzer jeneverstokeryen en van talrijke scheepsladingen
zaden ten behoeve onzer olieslagerijen, welke beide takken
van nijverheid ook voor het buitenland werken. In § 40 wer-
den cijfers medegedeeld, die een denkbeeld omtrent de belang-
rykheid der oogsten helpen vormen en zonder groote, onvoor-
ziene rampen niet verminderen zullen, omdat er telkens
meer zorg aan den landbouw wordt besteed, steeds oordeel-
kundiger met de mestspeciën wordt omgegaan en het welslagen
van sommige proefnemingen de belangstelling heeft opgewekt.
Het meeste bouwland ligt in Noordbrabant, Gel-
derland, Groningen, Limburg en Zeeland; het lydt
geen twyfel of de bodem dier provinciën biedt er dus de
meeste geschiktheid voor aan, en werkelijk zijn de kleistreken
dier gewesten byzonder gunstig bekend, doch ook in de ove-
rige houdt dit bedrijf zeer velen bezig, en dit houdt niet
overal gelijken tred met de uitgestrektheid der met veldvruch-
ten bezette gronden; immers vorderen de warmoezierderyen,
de meekrap- en tabaksteelt, de bloementeelt en zoovele an-
dere speciale takken, in verhouding veel meer arbeid dan de