Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
er geweest." Deze merkwaardige natie vond in Nederland
een herbergzaam toevluchtsoord, toen men ze elders in Weste-
lyk Europa sterk vervolgde, en bij hunne op dankbaar-
heid steunende gehechtheid aan hun nieuw vaderland, is het
te verwonderen dat zy zich nog steeds van de overige be-
woners onderscheiden door lichamelijke eigenaardigheden en
door hoedanigheden van den geest; meestal zijn zy begaafd
met een scherp en fijn berekenend verstand, buitengemeen
geschikt voor den handel en de advocatuur, — minder voor
gewone ambachten; in den regel onderdanig, slaat die ge-
aardheid ook wel eens tot het tegenovergesteld uiterste over.
De pogingen van eenige ontwikkelde, invloedryke geloofsge-
nooten vooral te Amsterdam aangewend, om de Neder-
landsche Israëlieten in Israëlitische Nederlan-
ders te hervormen, werden bereids met vrij gunstigen uitslag
bekroond.
§ 48. Het karakter van den Germaanschen Neder-
lander is door den onophoudelijken strijd met de elementen
van een vasten stempel; hij is flegmatisch, ernstig,
koel berekenend, steeds gelaten, volhardend, ondernemend,
spaarzaam, scherpzinnig, ordelievend en zindelyk, goed va-
derlander en aan het oude gehecht. Het spreekt van zelf,
dat eene algemeene karakterschildering niet op ieder persoon-
lijk van toepassing is, en dat de bewoners van verschillende
gewesten, oorden en plaatsen ook in geaardheid onderling
van elkander afwijken. Zoo spreekt men van hoofdige Frie-
zen, slimme Twenthers, gulle Gelderse hen, ronde Zeeu-
wen, enz., zonder dat men daardoor wil te kennen geven,
dat al die provincialen deze eigenschappen bezitten. Maakt
men nu opzettelijk studie van de karaktertrekken die op den
voorgrond treden, zeer zeker zal men dan de oorzaak ont-
dekken waarom de een rond, de ander slim genoemd wordt,
en wellicht zou het dan blijken, dat achter elk dier uiteenloo-
pende benamingen even goede grondslagen verborgen liggen.
Duidelyker springt het in 'toog, dat alle Nederlanders
een sterk ontwikkeld gevoel van vry h eidsliefde met zich
omdragen , en daarom misschien minder onderdanig zyn aan de
wetten des lands dan men wel zou wenschen: bun onafhan-
kelijkheidsgevoel ontaardt ook dikwerf in gebrek aan belang-
stelling, wanneer het de belangen als staatsburger betreft,
zoodat onze vryzinnige constitutioneele regeeringsvorm door
velen blijkbaar nog niet op den rechten prijs wordt gesteld.
Ieder jeugdig Nederlander mag zich derhalve wel in 't