Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
/. Euim 2 millioen stuks pluimvee, waaronder zeven-
achtsten hoenders, evenwel niet voldoende voor de behoefte,
daar jaarlijks millioenen eieren worden ingevoerd. De bijen-
teelt bepaalt zich hoofdzakelyk tot de bouwstreken en het
aantal korven wordt op 428000 begroot, dus eene verdub-
beling in de laatste twaalf jaren. Met een enkel woord zij
hier nog vermeld dat de opbrengst van het j acht veld wordt
geraamd op eene gemiddelde hoeveelheid jaarlijks van 50000
hazen, 100000 patrgzen en 100000 eenden, de reeën, ko-
ngnen , fazanten, snippen buiten rekening latende.
§ 43. Hoe onbeduidend blijkens § 9 de eigenlijke delf-
stoffen in den bodem vertegenwoordigd zgn, zoo verdienen
onder deze rubriek de veenderijen toch eene bgzondere
vermelding, daar zg in zomer en herfst ongeveer 30000 man-
nen , vrouwen en kinderen bezighouden; op de uitgestrekte
hooge veenen van Drenthe, Groningen, Friesland,
Overgsel en de Peel wordt jaarlgks gemiddeld 30 millioen
ton lange turf gegraven, terwijl de lage veenen in Fries-
land, noord-westelijk Overijsel, Utrecht en Holland
ruim 10 millioen ton turf van veel betere hoedanigheid op-
leveren. — Alleen in zuidelijk Limburg, bg Kerkraede,
worden steenkolenmgnen ontgonnen, welke 800000 —
1 000000 hektoliter opleveren.
IV. DE BEVOLKING.
§ 44. Over het algemeen is het Nederlandsche volk
een flink slag van menschen, de mannen zgn wèlgebouwd en
goed gespierd, de vrouwen onderscheiden zich door blankheid
en vriendelijke gelaatstrekken gunstig van die der meeste na-
burige landen; dewijl men het Germaan sehe type, waar-
van de Nederlanders afstammen, met eenigen grond blond
noemt, zijn er bij ons te veel donkeroogigen en vooral don-
kerharigen om niet duidelijk te ontwaren, dat er eene vreemde
inmenging heeft plaats gegrepen: navorschers kunnen nu nog
de grenzen onderkennen, die de thans tot één volk zoo
nauw vereenigde Friezen, Saksers en Franken in dit
land scheidden; ofschoon onderling menigvuldig vermengd,
en wel het meest de Friezen met de Saksers ende Sak-