Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
dat niettegenstaande den toenemenden uitvoer en de
slachtofi'ers welke de veepest in 1860 en 1861 vorderde, wes-
halve men overtuigd kan zijn dat de aanfokking van jong
vee aanmerkelijk toeneemt; niet alleen bekleedt Friesland
wat het aantal runderen betreft de eerste plaats, maar het
ras is daar evenals in Holland van de beste kwaliteit; in
Zeeland is het aantal in verhouding tot de bebouwde
gronden en weilanden geringer dan in een der overige ge-
westen.
b. 880000 schapen van zeer verschillend ras, vooral
uitmuntend op Texel en in geheel Noord-Holland, al-
waar zy ook het talrijkst zyn; in Drenthe zijn zij mede
in groote hoeveelheid aanwezig en dit is niet te verwonderen,
omdat een groot gedeelte op woeste markegronden wordt ge-
houden; het is dus eigenlijk een verblydend verschijnsel dat
zij in de laatste twaalf jaren met ongeveer 4000 stuks ver-
minderd zijn, dit wyst op inkrimping der onverdeelde
markegronden; eenige toeneming vindt men alleen in die
weidenrijke provinciën, waar de fokkery van vette schapen
door de stijging der prijzen op de Engelsche markten wordt
aangemoedigd.
c. 600000 varkens hoofdzakelijk in de behoefte aan
vleesch ten platten lande voorziende en wier getal dus lang-
zaam maar voortdurend klimt; zij schijnen meer dan
de overige huisdieren aan ziekten onderhevig te zyn, die
door de vochtigheid van klimaat en bodem -worden veroorzaakt.
d. ongeveer 100000 bokken en geiten, vooral in
Gelderland en Noordbrabant, en waarvan de laatste
voor een aanmerkelijk deel voorzien in de behoefte der platte-
landbewoners aan melk.
e. 259000 paarden, sedert twaalf jaren met 9500 stuks
vermeerderd, niettegenstaande de buitengewoon hooge prij-
zen welke het buitenland, vooral Frankryk en Duitsch-
land, op onze markten besteedt, zoodat de landlieden alles
verkoopen wat zy missen kuunen; edele rassen bezitten wij
niet, maar de Geldersche paarden zyn byzonder gezocht
voor de lichte kavallerie; de Friesche zyn grooter en be-
kend als fraaie koetspaarden en rappe harddravers; de Zeeuw-
sche zyn by uitstek zwaar gebouwd en verwant aan het
Vlaamsche ras. Dat Groningen en Zeeland in verhou-
ding der grootte de meeste paarden onderhouden, is toe te
schrijven aan den zwaren, veel kracht-aanwending eischenden
kleibodem dier provinciën.