Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
gras- en tooi-produktie moeielijk te schatten is, waarvan
men het belang echter kan bevroeden, als men weet, dat
onze veestapel maandelgks ongeveer 100 millioen kilogram
hooi tot onderhoud noodig heeft, onverminderd aanzienlgke
hoeveelheden stroo, knollen en lynkoeken.
§ 41. Dit brengt ons als van zelf tot het dierenrgk, dat
in Nederland vertegenwoordigd wordt door rundvee,
schapen, varkens, geiten, paarden en ezels, te
zamen den veestapel uitmakende; door honden en katten
als huisdieren : door herten en reeën , hazen, konynen, fa-
zanten , korhoenders, patrgzen, snippen, wilde ganzen en
eenden als jachtwild; door tamme hoenders, kalkoenen,
duiven, zwanen, ganzen en eenden als pluimvee; door vos-
sen , bunsings, otters, wezels, hermelynen en mollen als zoo-
genaamd schadeliik gedierte; door valken en sperwers als roof-
vogels; door vinken, musschen, meezen , kraaien, spreeuwen ,
leeuwerikken , nachtegalen , koekoeken , zwaluwen , ooievaars,
reigers, kievieten, kemphanen en vele anderen als zangvo-
gels en bosch- en veldbewoners; door haringen, zalmen,
kabeljauwen, schelvisschen, botten , schollen , baarzen, pa-
lingen , snoeken en een aantal andere visschen onze zeekusten
bezoekende of in de binnenwateren levende; door krabben
en garnalen, oesters en mosselen, bijen en zijdewormen als
nuttige vertegenwoordigers van eene menigte diersoorten van
lagere bewerktuiging. Omtrent verschillende dezer dieren zullen
Avel eenige bijzonderheden worden medegedeeld bij de afzon-
derlijke beschrijving der gewesten, vooral wanneer zij bij-
dragen tot de welvaart der bevolking en zulk een gewichtigen
tak van nijverheid in 't leven roepen als bijvoorbeeld de
vis sehe rij is, die binnengaats aan eene vloot van 1000 en
buitengaats van 400 vaartuigen, te zamen bemand met 7500
koppen, bezigheid verschaft; nopens den eigenlijken vee-
stapel is het reeds hier de plaats iets naders te ver-
melden.
§ 42. Volgens het verslag over 1874 telde men in het
geheele Rijk:
a. 1435000 runderen, waaronder 910000 melkkoeien,
62000 stuks mestvee, voorts 465000 stieren en jongvee;
sedert twaalf jaren vermeerderde het geheele bedrag van
dezen rijkdom van ons land met meer dan 60000 stuks, en