Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
5J
Dat maakt ongeveer een bruto opbrengst van 105 gulden
per hektare of als men de woeste gronden buiten de reke-
ning houdt 126 gulden; een buitengewoon gunstige uitkomst,
zonder overdrgving bereikt, want de opbrengst der zuivel
van elke koe wordt daarbg op niet meer dan 100 gulden
geschat; in Lombardije raamt men die wel de hellt hoo-
ger en in Zwitserland, op de kruidige maar minder welige
weiden, even hoog.
De uitvoeren dier landbouw- en veeteelt-produkten beves-
tigen het medegedeelde, want men kan op een jaarlijkschen
uitvoer van 80 millioen gulden rekenen: slachtvee 15, boter
15, kaas 10, meekrap 7, vlas en hennep 10,5, haver 3,5,
voorts tabak, oliezaden, bloembollen, ooft, cichorei, mosterd-
zaad , wol, stroo, hoephout, wild, enz. 20 millioen.
Men mag dus aannemen dat de landelijke opbrengsten
per hoofd der bevolking ruimer zijn dan ergens elders, want
in Nederland bedragen die een cgfer van bijna 100 gulden,
in Frankrijk en België komt men slechts tot 80 en 70
per hoofd; dit is evenwel niet uitsluitend in het voordeel
van ons volk, omdat wij wegens de hooge prijzen in
Engeland zooveel derwaarts uitvoeren en er daardoor een
aanzienlijk bedrag aan de voeding onzer eigen bevolking wordt
onttrokken: per saldo eten wij derhalve niet beter dan onze
buren, en onze drank is stellig minder voedzaam.
§ 40. Dat deze begrootingen voor velerlei afwisseling
vatbaar zijn en slechts eene zeer globale waarde bezitten
spreekt van zelf; evenwel verschaffen zij een overzicht over
het geheel en, ons voorbehoudende bij de afzonderlgke be-
schrgving der provinciën meer in uitvoerigheden te treden ,
achten wij het toch hier de plaats te zyn, om enkele alge-
meene opmerkingen en gevolgtrekkingen aan bet medegedeelde
te ontleenen. Terwgl Zeeland, ofschoon een der kleinste
gewesten, ruim één-vierde van den geheelen tarwe-oogst
opbrengt, zoodat alle rangen en standen er tarwebrood ge-
bruiken, brengt Drenthe in 't geheel geen tarwe voort;
dit gewas vervult in het westen de hoofdrol bij den eigen-
lijk gezegden landbouw, evenals de rogge in het zuiden
en oosten en als de haver en gerst in Groningen;
Noordbrabant, Gelderland en Limburg brengen
meer rogge voort dan de overige acht gewesten te zamen,
en die graansoort is daar dus het voornaamste voedsel. Niet-