Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
oefent daarop volgens de waarnemingen geen invloed uit,
want de eenige gevolgtrekking, welke men heeft kunnen ma-
ken , is dat op Zwanenburg (halfweg Haarlem en Am-
sterdam) iets minder regen zou vallen dan te Utre cht. Het
onderscheid in verschillende jaren is zeer aanzienlek : in 1875
bedroeg de nederslag 488 mm.; in 1852 daarentegen 987 mm.,
doch die zyn de uitersten van een reeks van jaren; in 1875
viel 792,4 mm. , waarvan alleen in Augustus. Van den
gevallen regen trekt de lucht weder een groot gedeelte als
damp tot zich; het is eene eeuwigdurende wisseling: de
minste uitdamping valt natuurlyk op Januari, middenin
den winter , nauwlyks 9 mm. bedragende; in den zomer stggt
dit bedrag met de warmte der zonnestralen, met name in
Juni tot 159 mm.
Met deze meteorologische waarnemingen staan ook die
betreffende de donderbuien in verband; over tien jaren
kwamen er jaarlijks te Utrecht 20 voor, w^aarvan 12 mid-
den op den dag tusschen 8 uur 's morgens en 4 uur 's namid-
dags plaats grepen; verreweg het grootst gedeelte valt in de
maanden Juli, Augustus en September, terwyl in dat tyds-
verloop tusschen October en Maart zelden of nooit een on-
weder werd waargenomen.
§ 36. Uit het bovenstaande blykt welke resultaten het
wetenschappelijk onderzoek ons kan mededeelen, en tevens
dat ons klimaat in alle opzichten zeer gematigd is; als
wy toch weten dat de St. Gotthard 278 dagen van het
jaar voor korter of langer tijd in nevel is gehuld, kunnen
wij ons in dit zoogenaamd nevelachtig land nog gelukkig
rekenen. De tienmaal grooter hoeveelheid regen, welke in
sommige streken van Zuid-Amerika valt, zou ons land
doorweken, en het totaal gebrek aan regen, dat wy in Peru
en van de Sahara tot in Iran waarnemen, zou ons nog
minder te stade komen; maar wij behoeven zoo ver niet te
reizen om groote afwijkingen te bespeuren: in Westport in
Zuid-Engeland, Nantes en Bayonne in Frankrijk
regent het tweemaal zooveel millimeter als bij ons, te Ber-
gen in Noorwegen stijgt dit bedrag zelfs tot het vier-
voudige, te Coïmbra in Portugal tot het vijfvoudige:
daarentegen zien wij die hoeveelheden verminderen met één-
vierde te Parijs en te Hall, met ruim één-derde te Ma-
drid. Niet minder is dit het geval met de temperatuur; im-