Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
bij de Mei n-m OU ding eensklaps tot bijna 4 m. klimmende
en op ons grondgebied dat cijfer soms nog overschrijdend.
De snelheid van den stroom en de hoeveelheid binnen zeker
tijdsverloop afgevoerd wordend water zijn ook niet overal
dezelfde, daar zij afhangen van het grooter verval en van de
telkens water toevoerende takken; bij gemiddeld hoogwater
is de snelheid van den stroom in elke seconde: vóór Mentz
0,65, te Bingen 0,9, in het Bingerloch 3,4, te Keulen
1,5, in het Bylandtsch kanaal 1 m. Het verval is na-
tuurlijk in het bergland veel sterker dan gedurende den mid-
delloop , aldaar weder sterker dan in het lage land: gedurende
de vyftig uur, dat hij Zwitserland van den St. Gotthard
tot Basel doorstroomt, valt hij bijna 2000 m., vandaar
naar Kehl bg Straatsburg 110 m., tusschen Kehl en
Mentz 60 m., vandaar naar Coblentz 20 m., tusschen
die stad en Keulen ook ruim 20 m., van Keulen tot
Wesel weder 20 m., vandaar tot onze grenzen 6'/g m.,
en van Lobith tot aan zee ongeveer 10 m. *). Indien het
verval van den Ryn over zijne geheele lengte gelijkelijk ware
verdeeld, zou hij gemiddeld l^/j m. per uur afstand dalen.
Deze grootvorst van Europa's stroomen wordt door
meer dan 100 stoombooten bevaren, waarvan de grootste
helft sleepbooten zijn, die de reizen der gewone handels-
vaartuigen , vooral stroomopwaarts, helpen bespoedigen; deze
laatsten mag men veilig op meer dan 1200 schatten: geene
andere rivier kan op zulk een levendig verkeer bogen als de
Rijn.
III. KLIMAAT EN VOORTBRENGSELEN.
§ 33. Door het klimaat verstaat men dien eigenaardigen
toestand van den dampkring in een zeker oord, welke door
warmte en vochtigheid, door wind en weder wordt
gevormd. Over het algemeen wordt de warmte eener land-
streek, deze hoofdfactor van het klimaat, bepaald door de
geographische breedte: daar ons land 50 van den evenaar
*) De hier vermelde afstaBden zijn de volgende : van Basel tot Kehl 134000
m,, van Kehl tot Mentz 273000 m., van Jientz tot Coblentz 9300O m-, van Co-
blentz tot Keulen 96000 m., van Keulen tot Wesel 126000 m., van Wesel tot
onze grens 52000 m., van onze grens tot in lee 190000 m.