Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
kanaal geschut 12135 schepen van 604082 tonnen. Het
kanaal van Terneuzen naar Gent werd in tien jaren
tijds (1865 — 1875) gemiddeld jaarlijks gebruikt door ruim 4000
schepen van 300000 tonnen. De Vliet langs Rosendaal en
Ste en bergen afstroomend, werd aan het boven-sas gepasseerd
door 2588 schepen van 119723 tonnen, en aan't beneden-sas
door 2819 schepen van 153216 tonnen. De Dieze door 3903
stoombooten van 370443 tonnen en 4422 opvarende sche-
pen van 217276 tonnen en 4140 afvarende schepen van
199116 tonnen. Inde Zuid-Willemsvaart werden geschut
aan sluis no. O te 's Bosch 1801 stoombooten van 479537
tonnen en 3064 opvarende schepen van 181410 tonnen en
2893 afvarende schepen van 170931 tonnen, aan sluis no.
13, boven Weert: 772 stoombooten van 52715 ton, 1791
opvarende schepen van 152697 tonnen en 1616 afvarende
schepen van 135757 tonnen. Uit deze getallen blijkt vol-
doende , dat het verkeer op de belangrijkste waterwegen
hoogstaanzienlgk is, waarschijnlijk veel grooter dan men
zou hebben durven onderstellen.
§ 32. Onder al onze stroomen en wateren is de Rijn
het belangrgkst, en deze verdient nog een oogenblik onze
aandacht bezig te houden. Op zijn loop van de Alpen naar
de Noordzee heeft hij eene lengte van 157 myl, waarvan
er 125 bevaarbaar zijn: van Basel af, waar hy voor de
scheepvaart bruikbaar wordt, stroomt hij langs ruim 60 ste-
den en 300 vlekken en dorpen, overal welvaart en bloei
scheppend; de pronnciën, welke in verschillende ryken langs
zyne oevers liggen, zijn veel talrijker bevolkt dan de overige;
zy bevatten op 1125 vierkante myl ruim 8 millioen inwo-
ners, en het verkeer is zoo levendig dat in 1874 alleen aan
onze grenzen 9605 beladen schepen van meer dan anderhalf
millioen ton inhoud binnenkwamen.
Reeds bij zyn uittreden uit Zwitserland is de Rijn
200 meter breed; dit vermeerdert in de Reingau beneden
Mentz tot 1150 m., maar dadelijk daarop wordt hij weder
saamgeperst in het Bingerloch tot 136 m., om met eene
gemiddelde breedte vau 300 m. (bij Keulen 380 m.), ons
land te naderen. De diepte wisselt af naar gelang van de
breedte; bij elke verwyding neemt de diepte af, zoodat er
boven Straatsburg bij laag water slechts één m. water
staat, maar over het algemeen bedraagt zy ongeveer 2 ra..