Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Beveland van Hansweert naar Wemeldingen doorsnijdt;
voorts de havens van Goes en Zierikzee naar de Oos-
ter-Schelde.--In Zeenwsch-Vlaanderen zijn verschei-
dene gegraven vaarten, met name de Passegeule, die het
geheele westelijk deel doorsnijdt en in den Braakman uit-
watert, doch het belangrijkst is het Kanaal van Terneu-
zen, dat van die stad naar Sas van Gent voert en de
Belgische stad Gent voor zeeschepen toegankelijk maakt.
Noordbrabant en Limburg zyn verbonden door het
langste onzer kanalen, de ruim 22 uur lange Zuid-Willems-
vaart, welke 10 meter breed en ruim 2 meter diep is, en
van 24 sluizen is voorzien; het voert van 's Bosch langs
Helmond en Weert, en verder grootendeels door Bel-
gisch Limburg naar Maastricht, alwaar het in gemeen-
schap staat met het kanaal van die stad naar Luik; beide
bevorderen het regelmatig scheepsverkeer, omdat de Maas
in het drooge seizoen zoo dikwerf onbevaarbaar is. Zijtak-
ken op ons grondgebied zyn: de haven van Veghel, het
scheepvaartkanaal naar Eindhoven en de vaart die naar
het H elena-veen in de Peel voert.— Verschillende plaat-
sen zyn door lange havens met de bevaarbare stroomen ver-
bonden , zooals O. a. Waalwyk met het Maasje, Oos-
terhOut met den Dongen, Zevenbergen met de Mark
en het Hollandsch Diep.
Bij het einde dezer opsomming van de aanzienlijkste ge-
graven vaarten en kanalen herhalen wij wat reeds boven is
gezegd, dat ons land zoo rijk aan waterwegen is als geen
ander ter wereld en dat dus slechts een zeer klein gedeelte
is kunnen worden vermeld. Allen staan door sluizen in ver-
binding met de zee, met de stroomende wateren of onder-
ling, en het bewonderenswaardig stelsel onzer wat er kee-
ringen en spuiingen trekt de aandacht van alle deskun-
digen, die ons land bezoeken, vooral omdat de meestal zeer
lage ligging der drooggemalen polders, bijzondere moeielijk-
heden in den weg leggen.
§ 31. Enkele opgaven omtrent het verkeer op deze wa-
terwegen mogen niet onvermeld blijven, al is het doel niet
er een volledig overzicht van te geven, maar reeds eenige cijfers
zullen voldoende zyn om de belangrijkheid aan te toonen; zij
hebben betrekking op het jaar 1874.
Het Stadskanaal in de provincie Groningen werd