Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
fmm
35
De langste aller bruggen is de twee kilometer lange spoor-
wegbrug , welke bij den M o e r d ij k over het Hollandsch
Diep voert. Behalve deze vaste bruggen zyn er over
de breede hoofd-rivieren nog eenige schipbruggen ge-
slagen , zooals over den R ij n bij Arnhem, over den
IJsel bg Westervoort, Doesborg en Deventer,
over de Lek bij Vianen, terwyl de Waal bij Nijme-
gen en Zaltbommel door een gierbrug wordt gepas-
seerd en zoowel te Rotterdam als te G o r k u m, te D o r d-
recht en te Vlissingen, stoombooten in het verkeer
met den anderen oever der rivier voorzien; al deze midde-
len helpen echter bij ijsgang niet, daartegen is alleen eene
vaste brug bestand. Het spreekt van zelf, dat de kleinere
rivieren en zij-armen door een aantal bruggen worden be-
spannen, onderanderen de Vecht tusschen Utrecht eu
Muiden door 8 bruggen.
§ 30. Onder de menigte kanalen en vaarten van
Nederland zijn het belangrijkst: het Groot scheep-
vaart-kanaal in 187G gereed gekomen en bijna rechtuit
van Groningen naar Delfzyl voerende, grootendeels ter
vervanging van het niet in de behoefte van den zeehandel
voorziende Damsterdiep of de bevaarbaar gemaakte Five 1-
Aa en Delf, dat ook van de stad Groningen langs Ap-
pingedam naar Delfzyl loopt en in de Eems met twee
sluizen mondt; — het Winschoter-diep, van de Pekel-
Aa langs de stad Winschoten en de aanzienlijke dorpen
Scheemda, Sappemeer en Hoogezand naar Gronin-
gen voerende; het benedenpand heet het Schuitendiep:
verschillende belangryke vaarten staan er mede in gemeen-
schap, O. a. aan de zuidzijde het Oester- en Westerdiep,
waaraan de bevolkte veenkoloniën Wildervank en Veen-
dam liggen en die weder in verbinding staan met het Stads-
kanaal langs de Drentsche grenzen en met de veenka-
nalen in N.O.lijk Drenthe; — het Hoendiep of de
trekvaart van de stad Groningen naar de Friesche
grenzen, thans verbreed wordende en zich te Stroobos in
twee takken splitsende, eene noord westelyke naar Dokkum
en eene zuidwestelyke door het Kolonels- of Gaspar
Robles-diep en het Bergumermeer naar Grouw, en
door verscheidene andere binnenwateren, het Sneekermeer,
het Heegermeer, het Fluessenmeer, de Geeuw en