Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
vereenigt dus thans Vlissingen, Middelburg en Goes
met die op het vasteland, en voor het waterverkeer werden
opengesteld een recht en breed kanaal, dat van Hansweert
naar Wemeldingen dwars door Zuid-Beveland loopt,
en een ander niet minder gewichtig dwars door Walcheren,
van de kostbare havenwerken van Vlissingen over Mid-
delburg naar Veere.
De rechter arm van de Schelde wendde zich door het
nauwe en ondiepe thans afgedamde Kreekerak noord-
waarts tusschen Zuid-Beveland en Noordbrabant,
en nam dan den naam van Ooster-schelde aan; nu staat
deze arm geheel op zich zeiven en alleen met de stroo-
mende wateren van de Maasmonden in verbinding; hy
laat in zynen noordwestelyken loop Zuid-Beveland en
Noord-Beveland ten zuiden, Tholen, Duiveland
en Schouwen ten noorden liggen, en ontlast zich door
den 9000 meter breeden Roompot in de Noordzee;
hij is ook zeer breed en diep, bij de haven van Goes
4200 m. br. en 26 m. d., bij die van Zierikzee 4100
m. br. en 43 m. d., maar is evenals de andere hoofd-
arm ryk voorzien van zandplaten en aangeslibde schorren.
Behalve de onbeduidende Zoom welke door Bergen-op-
Zoom stroomt, zich in het Bergsche gat of diep ont-
last en alleen aan den mond als haven der genoemde stad
bevaarbaar is, neemt ook de Ooster-Schelde geene ri-
vieren op, maar vormt wel verschillende armen, als: rechts
de Eendracht tasschen Tholen en Noordbrabant, wendt
zich ten noorden van dat eiland als Krabbekreek en Mos-
selkreek westwaarts en deze wateren verbinden zich dan
met het Mastgat, dat zuid-westwaarts weder met de Oos-
ter-Schelde samentreft, en de Zijpe, welke als voortzet-
ting van het Mastgat de hoofdverbinding met den Kram-
mer, de zuidelijke arm van de Maas, vormt; vroeger was
de Eendracht ten oosten van St. Philipsland met dien
Maas-arm verbonden door het Slaak: dit grootendeels
verslikt vaarwater werd wel voor eenige jaren afgedamd
doch deze dam is sedert voor den vloed bezweken; nog is
rechts vermeldingswaardig het Dij k water, dat Duive-
land van Schouwen scheidt, doch sedert den aanleg
van de Haven van Zierikzee door sluizen is afge-
sloten ; deze worden geopend als het Maaswater, door de
Grevelingen afgevoerd, zoo hoogen stand heeft bereikt,
3