Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
recht kanaal, dwarsdoor den Hoek van Holland en de daar
aanwezige duinen gegraven, onderden naam van Nieuwen
Waterweg, met kolossale leidammen in de Noordzeeuit-
mondt; daardoor vermijdt men de verzandingen, die den toe-
gang door de Pan belemmerden, want hoe breed de Maas-
monden ook zijn, liet de diepte voor de groote scheepvaart
veel te wenschen over. Ofschoon de afstrooming van de
Nieuwe Maas aan het noordwestelijk uiteinde van Rozen-
burg is afgesloten en het Gat van Brielle derhalve tot
verzanding is veroordeeld, neemt de diepte van den Nieuwen
Waterweg niet toe en moet dus tot kunstmatige afgraving en
uitbaggering toevlucht worden genomen.
§ 25. Thans liggen de andere armen aan de beurt; bij
de eerste splitsing beneden Werkendam ontlast zich een
aanzienlijk gedeelte van het water der Merwede in de
Nieuwe Merwede, welke kunstmatig in eene breede geul
wordt geleid, doch bovendien de 50 eilandjes van den in
1421 door overstrooming gevormden Biesbosch door kil-
len afscheidt; deze ontlasten zich met den hoofdstroom in
den breeden Amer, die bij den Moerdijk den naam van
Hollandsch Diep aanneemt; dit is hier 1500 meter breed en
23 m. diep, een paar uren lager bij Willemstad 2000 m.
breed en 22 m. diep, en derhalve een bij storm en ysgang
gevreesd vaarwater; beneden Willemstad splitst het zich
in twee armen, de zuidelijkste verandert telkens van naam,
heet eerst Volkerak, dan Krammer, eindelijk Greve-
lingen en Bieningen, en is vóór Brouwershaven
7000 m. breed, de eigenlijke mond heet het Brouwers-
havensch gat; de noordelijkste of rechter arm voert den
naam van Haringvliet, omspoelt het eilandje Tien-ge-
meten (de noordelijke doode arm wordt het Vuile Gat
genoemd) en is vóór Helvoetsluis 2700 m. breed, iets
lager ontlast het zich door het 5500 m. breed Goereesche
gat, den diepsten der Maas-monden, in de N o o r d z e e.
Ten gevolge der splitsing bij Dordrecht wendt de linker
zij-arm zich eerst zuidwestwaarts en werpt een gedeelte van
zijn water in de zuidwaarts naar het Hollandsch Diep
stroomende Kil (Dortsche Kil), volgt eene westelgke
richting om het eiland van IJselmonde en valt dan weder
boven Rozenburg in de Nieuwe Maas, langs Brielle
uittöondend; in haar loop zendt zg nog een smallen arm, het