Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Neder-Betuwe, maar de noordelgke boorden zgn aan de
beminnaars van natuurschoon nog beter en nog gunstiger
bekend om de fraaie, rgk bewassen hoogten bg Oosterbeek,
Doorwerth, Renkum, Wageningen, de Greb (290
m. br.), Rhenen en Amerongen, alwaar de dijken hunne
plaats weder aan de noordzijde innemen; te Wijk bg Duur-
stede verlaten wij den grooten stroom, die als Lek west-
waarts vloeit, maar volgen den kronkelenden loop van den
Krommen Rijn, die zich langs Gothen, Werkhoven,
Odgk en Bunnik naar Utrecht wendt; dit onbeduidend
stroompje is alleen bruikbaar voor schuiten, en door een dui-
ker in verbinding met den Neder-Rijn, maar wordt,
Utrecht verlatende, vanwaar de Vecht-arm zich naar
het noorden richt, weder bevaarbaar voor allerlei binnenvaar-
tuigen; onder den naam van Ouden Rijn, bespoelt hg nu
de dorpen Ouden Rijn, de Meern en Har melen in
Utrecht, vervolgens in Zuid-Holland: Woerden, Bo-
degraven, Zwammerdam, Alphen, Oudshoorn,
Koudekerk, Leiderdorp en Leiden, om met eene zui-
delgke bocht langs Valkenburg naar Katwijk te stroo-
men, alwaar hij bij het zeedorp van dien naam door sterke
sluizen in de Noordzee uitmondt; dit laatste gedeelte door de
duinen is geheel gegraven, want in den aanvang dezer eeuw
verloor de hooger op zoo krachtige stroom zich in het zand.
Uit waarnemingen over tien jaren loopend, blgkt het dat
slechts '/4nn deel van het water, dat de Rijnstroom in ons
land ontlast, door de sluizen te Katwgk wordt afgevoerd.
§ 22. Tegenwoordig is de Waal de machtigste arm; aan
den bovenmond is zg 407 m. breed en zij scheidt eerst de
Betuwe van het landvan Maasen Waal, lager de T ie-
lerwaard van de Bom meierwaar d, alwaar zg zich met
de Maas vereenigt; ook zij loopt westwaarts evenals de Ne-
der-Rgn en bespoelt een aantal steden en dorpen, waaron-
der bg zonder vermelding verdienen, aan den rechteroever:
Gent, Lent, Dodewaard, Ochten, Ti el (641 m.br.),Va-
rik (485 m. br. en 3 m. diep). Heess elt (761 m. br.), Tuyl,
Haaften, Heilouw, Herwgnen en Vuren;—aan den
linkeroever: Nijmegen (300 m. br., 5.2 m. diep), Weurt,
Winssen, Deest, Druten, Leeuwen, Wamel, Fort St.
Andries, Zalt-Bommel (452 m. br.), Gameren, Zuili-
chem,Brakel en Fort Loevestein,> waar M a a s en W a al