Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
bochten naar het zuidwesten, begrenst de uitgestrekte ge-
meente Schoterland ten zuiden en vloeit bij het Over-
gselsch vlek Kuinre door eene sluis in de Zuiderzee;
links neemt zg op de Linde, mede in het zuidoosten van
Friesland ontstaande, spoedig bevaarbaar wordende, daarop
de grens met Overijsel vormend en bg Slgkenburg in
de Kuinder vallend.
De Steenwij ker Aa vindt haar oorsprong in Drentsche
veenen onder de gemeente Die ver, loopt langs Fr ede-
riksoord en Steenwijk en valt als gekanaliseerd vaarwa-
ter bg Blokzijl door eene sluis in de Zuiderzee.
§ 19. Het Zwarte Water wordt bij Zwolle uit de
vereeniging van een aantal kleine beken geboren en door
het Zwolsche diep, tusschen kribwerken, vér zeewaarts
ingeleid; het is over het algemeen waterrijk genoeg om zee-
schepen te dragen, maar aan de kunstmatig verbeterde mon-
ding ondervindt de scheepvaart, vooral bg oostewind, dik-
werf belemmering. Hasselt, Zwartsluis en Genemui-
den liggen aan zijne boorden. Onder de beekjes, welke
zich ten zuiden van Zwolle vereenigen en alle op het
grondgebied van westelijk Overijsel ontstaan, zijn de Zand-,
de Soest- en de Nieu we-wetering de aanzienlijkste; deze
laatste is thans gedeeltelijk gekanaliseerd ten behoeve der
Overijselsche kanalen van Almelo en Deventer naar
Zwolle.
Het Zwarte Water ontvangt rec/i<s de G roote of O ver-
gselsche Vecht, die uit Westfalen bij Gramsbergen
ons land als bevaarbare rivier binnentreedt, vervolgens Har-
denberg, Ommen en Dalfsen besproeit en tusschen
Zwolle en Hasselt, bg het Genne in het Zwarte Wa-
ter mondt; zij wordt in Pruisen versterkt door den Din-
kel, die langs en door het oostelijk gedeelte van Overij-
sel stroomt en buiten de grenzen bg Nienhuis in de
Vecht valt, en in ons land door de evenzoo van de linker-
zijde naderende Kegge, welke in het zuiden van Overg-
sel uit een aantal onaanzienlgke beekjes geboren wordt,
door twee sluizen in gemeenschap is gebracht met de Schip-
beek en, hoewel bevaarbaar, in zeer kronkelenden loop ten
oosten van de grondverhefiBngen onder Holten en Hel-
lendoorn, de platteland-steedjes Goor en Rgssen, het
welvarend Nijverdal en het dorp H ellendoorn langs-