Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■261
en eenige rijst, waarvoor zij allerlei waren inruilen. Zij eer-
biedigen de met het Nederlandsch bestuur gesloten traktaten,
behalve eenige honderdtallen in de bosschen verspreid levend e
weggeloopen plantage-negers.
Curagao en onderhoorigheden.
§ 184. Dit Gouvernement bestaat uit de bijeenliggende
eilanden Curafao , Aroeba en Bonaire, nabij de Amerikaansche
kust, en de veel noordoostelijker eilanden St. Eustatius, Saba
en St. Martin (zuidelijke helft) tot de Kleine Antilles behoo-
rende : de gezamenlijke oppervlakte is geringer dan die van
de provincie Utrecht en de bevolking blijft nog beneden de
41500 zielen; wij zullen op ieder dezer eilanden een bezoek
brengen.
Curafao ligt op ruim 12" N.Br. en 69" W. L., en telt
op 7,5 vierkante mijlen ruim 23000 inwoners, meestal
Roomsch-katholieken, want er zijn slechts 1600 Hervormden
en ongeveer 1000 Israëlieten. Evenals op de overige eilan-
den van deze groep, bezit Cura5ao een rotsigen, kalkachtigen
bodem, die zeer lijdt onder het gebrek aan regenbuien, dat
de slooping der bosschen na zich heeft gesleept; allerwege
vindt men sporen van eene vroeger grootere vruchtbaarheid,
terwijl thans alleen de dalgronden geringe oogsten van maïs
en enkele voor den handel onbelangrijke produkten opleveren;
de nopal-kultuur (cochenielje) wordt er met gunstig gevolg
gedreven en vrij wat aloë, welk hier wild voorkomt, gewon-
nen ; de veeteelt is vooral op het hoofd-eiland van veel meer
belang dan in Suriname, maar het hoofdmiddel van bestaan
is de scheepvaart en de daarmede verbonden takken van
bedrijf; Cura9ao is dan ook eene vrijhaven, die in 1875 door
1021 schepen werd bezocht en een levendigen handel dreef
vooral op de havens aan de naburige Venezuëlaansche kust
totdat de verwikkelingen met het Gouvernement van die
Republiek, veroorzaakt door het verwijt dat van uit dit
eiland de binnenlandsche rust werd bestookt door den ge-
heimen aanvoer van wapens en ammunitie, dat verkeer
schromelijk belemmerden. De hoogste top van het eiland is
de St. Christoffelberg, aan de westpunt, welke eene hoogte