Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■255
van Zuid-Amerika, tusschen 2" en G'' N. B., en 54® en 58"
W. L.; ten noorden bespoeld door den Atlantischen Oceaan,
ten westen begrensd door Britsch Guiana, ten oosten door
Fransch Guiana, ten zuiden door Brazilië, waarvan het ge-
scheiden is door het nog nimmer door Europeanen betreden
Toemoekoemaque gebergte, dat aan verschillende belangrgke
stroomen den oorsprong geeft, en trapswijze eerst tot een
heuvelland en dichter bij de kust tot eene geheel vlakke
landstreek daalt, welke tot op 20 uur afstand van den oce-
aan nog nauwlijks 3 meter boven den zeespiegel verheven is.
De soms moerassige kusten zijn bezoomd met mangrove wouden
en het grootst gedeelte van den grond is met bosschen van
edele houtsoorten bedekt, terwgl deze ondoordringbare wou-
den hier en daar voor uitgestrekte savanen plaats maken.
Wegens de onzekerheid der grens, vooral in het zuiden,
is de uitgestrektheid slechts bij benadering op 2500 vier-
kante mijlen, dus ruim 4 maal Nederlands oppervlakte, te
schatten; daarvan zgn nauwlijks 30 vierkante mijlen geko-
loniseerd en stellig geen honderdste deel bebouwd.
De warme vochtigheid der lucht boven de lage alluviale
gronden langs de mondingen der groote rivieren, welke juist
wegens hunne groote vruchtbaarheid tot de kolonisatie zijn
uitgekozen, is niet voordeelig voor het gestel van den Euro-
peaan , en verbiedt hem den veld-arbeid ter hand te nemen,
gelijk uit verschillende mislukte proefnemingen gebleken is;
maar wordt het land hooger op doorvorscht, dan zal men
lichtelijk op eene hoogte van 500 m. vruchtbare dalen en
berghellingen vinden, welke geene krachtsinspanning ver-
bieden en in later tijd wellicht nog menig ondernemend
Nederlander eene gemakkelijk te verkrijgen welvaart zullen
bezorgen.
De groote regentijd duurt van half April tot Augustus en
een korter regenseizoen valt in December en Januari, wes-
halve alleen September tot November, en Februari en Maart
droog zijn; de hitte is gemiddeld 2672" C., maar stijgt een
enkele maal tot 36 ' C.; de onweders zijn er niet talrijk,
en de West-Indische orkanen dringen hier zelden door.
De groote rivieren, welke Nederlandsch Guiana besproeien
zijn: de Marowijne, grensrivier aan de Fransche zijde, de
Suriname met de Commewijue en andere takken, de Sa-
ramacca, de Coppename en de daarmede in verbinding