Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
243
millioen inwoners wordt geschat (dus in verhouding 50 maal
geringer dan op Java) verkeeren de binnenlandsche wouden
nog in ongerepten staat; de Maleiers maken de minderheid
uit en de bewoners der binnenlanden zgn onbeschaafde heide-
nen , doch niet zoo ruw als men ze wel eens afschilderde wegens
het bekend gebruik van koppen-snellen: dat wil zeggen, dat
zg hunne vijanden dikwerf onverhoeds overvallen en het hoofd
afhouwen, den schedel als blijk van dapperheid in hunne
hut ophangende. Aan de kusten zijn eene menigte Arabieren,
Maleiers, Celebeezen en vooral in het westen veel Chineezen
gevestigd, svelke laatsten zich hoofdzakelijk bezighouden met
het bewerken der goudmijnen en het zoeken van diamanten
tegen eene zekere schatting aan onze Regeering, wier opper-
macht algemeen erkend wordt, al zgn de talrijke inlandsche
Vorsten in hun gezag gehandhaafd zoodra zij zich rustig
onderwierpen ; iets dat in de laatste jaren wel wat te wenschen
overliet, zoodat in het zuidoosten ons onmiddelbaar beheer
is uitgebreid. Ofschoon Borneo niet veel direkte voordeden
voor het moederland afw-i^t, zijn de voortbrengselen welke
het in den handel brengt talloos verscheiden, zooals van het
plantenrijk: géta-pertsja, kamfer, honig, was, benzoë, indigo,
drakenbloed, gom en harstsoorten, rotting , sago , kostbare
houtsoorten, en van het delfstoffenrijk: stof- en mijngoud ,
platina, kwikzilver, koper, aard-olie, antimonium, diamanten,
topazen, smaragden en kristallen, ijzer en vrij veel steenkolen
in het zuidoosten; dat rijst en andere voedingsmiddelen, tabak,
katoen, suiker, peper en specergen hier voor de behoeften
worden aangekweekt en het land wemelt van wilde dieren,
onderiftideren ook van groote apensoorten, is zeker niet vreemd;
de veeteelt is er zeer ten achteren.
indeeling van borneo.
§ 175. Onze bezittingen op dit eiland zijn wel 15 maal
grooter dan het moederland en worden verdeeld als volgt:
a. Residentie Wester-afdeeling van Borneo, bijna
vgfmaal grooter dan Nederland, bestaande uit het stroomge-
bied van de Kapoeas en eenige minder belangrijke rivieren;
is zeer dun bevolkt door nauwlgks 350000 inwoners en
verdeeld in
1. Residentie Pontianak, aan de monding en op den
delta van voormelden stroom: hoofdplaats Pontianak, vrij-
16