Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE KOLONIËN.
§ 160. De bezittingen van een Staat in vreemde wereld-
deelen worden Koloniën genoemd. Men onderscheidt deze
in: handelskoloniën, wanneer het dry ven van koophandel
met de inboorlingen hoofdzaak is; — landbouwkoloniën, als
de grond in bezit is genomen met het doel dien te bebou-
wen of er op soortgelijke wijze partij van te trekken; —
bergbouwkoloniën, als mijn-ontginningen het hoofddoel zyn; —
strafkoloniën, wanneer ze bestemd zijn tot tijdelijk of duurzaam
ballings-oord voor misdadigers, — en militaire koloniën, wan-
neer de bezetting ten doel heeft den staatkundigen invloed
te land of ter zee te bevestigen.
Meestal gaan meer dan ééne der voornoemde doeleinden
gepaard; zoo zijn de Nederlandsche koloniën bijna alle niet
uitsluitend handelskoloniën gebleven, zooals zij bij
de inbezitneming waren , maar door bebouwing van den grond
en aankweeking van handelsgewassen is de belangrijkheid voor
het moederland vermeerderd, of myn-ontginningen zijn ter
hand genomen en brengen grootere voordeelen aan.
Dikwerf is de inlandsche bevolking verdwenen daar waar
de Europeaan zich vestigde, zooals in West-Indië, doch door
het geregeld bestuur, dat onze komst in 't leven riep, is in
het grooter deel onzer bezittingen het lot van den inboorling
verbeterd en geniet hij thans eene welvaart, waarvan hij
anders zeker zou verstoken zijn.
De Nederlandsche Koloniën zyn in twee hoofdgroepen te
onderscheiden: de bezittingen in Oost-Indië, verreweg de
balangrykste, en de bezittingen op Zuid-Amerika's vast-
land en in West-Indië.
Dat onze Koloniën gewicht in de schaal leggen, ook al
vergelijkt men die met de buitenlandsche bezittingen van
andere voorname Rijken, lijdt geen twijfel; de belangrykheid
springt echter het meest in 't oog als men ze vergelijkt met
het moederland:
14