Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■204
pervlakte dan het weiland en hooiland te zaam en akkerbouw
met aanverwante takken is het hoofd-bestaanmiddel in het ge-
heele gewest: rogge, tarwe, haver, boekweit, gerst
en aardappelen zijn de belangrgkste producten, erwten en
boonen, knolrapen, beetwortelen en andere wortelen, klaver,
oliezaden, cichorei, vlas en hennep zijn mede van gewicht,
en niet minder voordeelig is de h o u 11 e e 11, zoowel van op-
gaand naald- en bladhout als van het rgshout der waarden
langs de Maas. De b o omga ar den beslaan wel 12000 hectare
en leveren uitnemend ooft op, de druiventeelt wordt er ook met
goed gevolg bekroond, evenals de warmoezery in sommige oorden.
De veenderyen zyn in de Peelstreken, in het noord-
westen, niet van belang ontbloot.
h) Veeteelt. Deze neemt toe en bij gebrek van uitge-
strekte weiden is de stalvoedering met rapen, wortelen
en klaver hier zeer algemeen; de boter is gunstig bekend,
de kaas door sommige liefhebbers zeer gezocht eu het slacht-
vee is een artikel van veel handel; dit laatste is ook het
geval met jonge paarden, die met voordeel worden aan-
gefokt. Het rundertal is stygend en beloopt meer dan 60000;
de schapen behooren meestal op de heidevelden te huis en
tellen 62500 koppen; de varkensteelt is aanzienlijk en toene-
mend , hun getal nadert de 25000; ook mogen de bokken
en geiten ten getale van 9000 niet vergeten worden. Paar-
den zyn er slechts ruim 14000; voor de kloeke Maaspaarden
worden aanzienlijke prijzen bedongen.
De byenteelt is in de noordelijke heidestreken het be-
langrykst, terwijl overal vrij veel pluimvee wordt aange-
houden. De jacht op hazen, konynen, patryzen en kwar-
tels is niet onvoordeelig, doch slechts zelden ontmoet de jager
een hert; in zeer barre winters overschrydt wel eens een
enkele wolf uit de Ardennes de zuidelijke boschryke grenzen.
c) Handel. De beknelling tusschen twee vreemde Ryken
belemmert ongetAvijfeld den binnenlandschen handel; de buiten-
landsche schenkt daar geene genoegzame vergoeding voor,
omdat hij zich hoofdzakelijk in de .steden terugtrekt. Het
verkeer op de Maas is dikwerf onmogelijk door den lagen
waterstand, die ook de vischvangst benadeelt.
Maastricht en Venlo bezitten en onderhouden veel buiten-
landsche betrekkingen; Roermond, Weert en enkele andere
plaatsen zijn daarentegen voor het binnenlandsch verkeer
gewichtig. Er moet nog veel ten koste worden gelegd aan de