Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■203
vraagt, welke gewoonlijk onmiddellyk volgt; den volgen-
den dag, den eersten Mei, moet de jonge vryer dan zyne
»Mai-liebste" een bezoek brengen, waarna de avond gezellig
wordt doorgebracht. Dat deze burgerjongens vrijwillige mede-
werkers in alle standen vinden, al zitten die achter de scher-
men , laat zich om verschillende redenen gissen; zeker is het,
dat er menig huwelijk door bevorderd of bespoedigd wordt.
Hoe het grappig, hekelend, weldadig gezelschap Momus
in de hoofdstad en elders door het paren van zotte kwinksla-
gen aan ruime spijs-uitdeelingen bekend is, behoeven wy
nauwlijks te herinneren.
§ 156. Ontegenzeggelijk is Limburg ryker in natuur-
schoon dan eenig ander gewest van ons land; zelfs Gel-
derland kan zulke hooge heuveltoppen en boschrijke hellin-
gen , afgewisseld met vruchtbare dalen en hooge vlakten niet
aanwijzen als Zuid-Limburg op en aan den voet der noord-
delijkste uitloopers van de Ardennes, welke langzamerhand
tot de vlakte afdalen; dit gedeelte van de provincie is geheel
bebouwd, maar in het noorden liggen achter de Peel uitge-
strekte heidevelden, en de beruchte Mookerheideisbekend
uit de geschiedenis van onzen onafhankelijkheidskamp. Ruim
één-tiende van den grond is met bosch bezet, maar toch ligt
er nog bijna één-derde woest. De landbevolking zou zich
stellig in meer welvaart verheugen, als niet een groot ge-
deelte van den grond aan buitenlands wonende, groote
grondbezitters toekwam , en vooral wanneer de wyze van ver-
pachting verbeterde, daar hier de eigenaar en de gebruiker
de zuivere opbrengst van den grond deelen, zoodat de laat-
ste slechts de halve belooning voor meerdere moeite en zorg ge-
niet, terwyl de pachten dikwerf niet langer dan drie jaar duren.
Merkwaardig is de aan den linker Maas-oever ten zuiden
van Maastricht verrijzende St. Pietersberg met tallooze
uitgehouwen gangen, die een uitgestrekten doolhof vormen, en
waaruit men eeuwen lang uitnemende bouwsteenen haalde;
weinig bergen zijn zoo uitgehold als deze.
De steenkolenbeddingen van Kerkrade liggen aan de zuid-
oostelijke grenzen. ''
§ 157. Landbouw, veeteelt, handel en nijverheid
zijn hier meer of minder bloeiende welvaartsbronnen.
a) Landbouw. De bouwgrond beslaat tweemaal meer op-