Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
uit die beide soorten van veen gevormd werden en nog voort-
durend gevormd worden, verschillen aanmerkelijk. Tot recht
verstand dient men te weten, dat verscheidene dier veenbed-
dingen, ofschoon zooals gezegd is tot de formatie der vl o ed-
gronden behoorende, op het diluvium voorkomen, met
name in het zuiden der provincie Groningen, in het
zuid-oosten van Friesland, in Drenthe, in het noorden
en oosten van O ver ij sei en op de grenzen van Noord-
brabant en Limburg in de Peel.
Terwijl men zich in Holland verheugt dat zoo menige
uitgeveende plas in kostelyk wei- en bouwland is her-
schapen , zien wg hetzelfde doel op eene andere wyze in de
noord-oostelijke provinciën bereikt: daar is de afgegraven
grond zonder kosten van inpoldering en droogmaling dade-
lijk geschikt om in kuituur te worden gebracht en een aantal
welvarende veenkoloniën zijn daardoor in 't leven geroepen,
zooals onderanderen in Overysel de Dedemsvaart, in
Drenthe het Hoogeveen (ruim 10000 inwoners) en de
Smilde, in Friesland het H eeren ve en, deGorredijk,
de Haulerwyk en Appelscha, in Groningen de Pe-
kela's, bet Stadskanaal, Wildervank en Veendam,
alwaar men, dikwerf te midden van de eenzaamste veenmoe-
rassen of heideruggen, landbouw, veeteelt, boschkuituur en eene
groote verscheidenheid van aanverwante bedrijven ziet bloeien,
§ 8. Het spreekt van zelf dat de alluviaal-grond in ons
land op diluvium rust; wél hebben de groote stroomen sedert
eeuwen zooveel zand en klei afgevoerd, dat die bovenste laag
verbazend dik is, zoodat men in Zuid-Holland bij eene
boring eerst op eene diepte van 100 M. op de vroegere for-
matie stuitte, terwyl in Noord-Holland de dikte van het
alluvium op 50 M. wordt geschat. Die afvoer langs de rivieren
vindt nog voortdurend plaats en men verwyt daarom onzen
voorouders weieens dat zij te vroeg de rivieren hebben in-
gedykt, want dat het thans telkens aan overstrooming bloot-
gesteld land, ware het aan zijn lot overgelaten, na verloop
van tyd aanmerkelijk zou zyn verhoogd; wy willen ons bij
die klagers niet aansluiten, maar mogen toch niet verzwijgen,
dat een onnatuurlijke toestand is te voorschyn geroe-
pen „ en bestendigd wordt, omdat sommige rivierbeddingen
door het bezinken der afgevoerde stoffen thans reeds hooger