Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
193
grond is er aan gewijd: zoowel de rijswaarden in den Bies-
bosch als de opgaande bosschen in het zuiden der provincie
leveren aanzienlijke voordeelen op en de ontginning wordt
daardoor aangemoedigd; dennen en eiken zijn de meest voor-
komende boomsoorten op het zand. Vooral nabij Breda vindt
men uitgestrekte fraaie bosschen.
b) Veeteelt. In dit opzicht bekleedt .Noordbrabant een
hoogen rang, doch niet overal is het rund er even krachtig
en winstgevend, al wedijveren de kleistreken daarin met de
beste streken van ons land. De schapenteelt moet op menige
plek voor de ontginningen wgken; in de vette polders levert
zg nog ruime voordeelen op. Van meer belang is de vetmes-
ting van de varkens, welke doorgaans goed gelukt; ook
bokken en geiten worden hier veel aangehouden. De paar-
denfokker^ is in de laatste jaren sterk vooruitgegaan en de
uitvoer is vry aanzienlyk, niettegenstaande de veldarbeid
in het gewest er vele vordert. De veestapel bedraagt in
ronde cijfers: 170000 runderen, 50000 schapen, 45000 var-
kens, 40000 bokken en geiten, en ruim 30000 paarden.
Meer dan elders in Nederland bloeit hier de teelt van
pluimvee, en talryke eendenkooien verschaffen veel voordeel;
de jacht levert veel hazen, konijnen, patryzen en snippen op
en het wildstroopen is zelfs voor menigeen een bestaanmiddel.
De byenteelt is naar het schynt in geen gewest belang-
rgker dan hier.
Uit den aard der zaak bekleedt de visscherij eene onder-
geschikte plaats; wel is de Bergsche ansjovis bekend en de
zalmvisschery om en by den Biesbosch niet onbelangryk, maar
slechts een gering gedeelte der bevolking houdt er zich mede
bezig; de binnenwateren zijn niet overal even vischryk.
c) Verveening. De meeste veenen zyn hoog gelegen en
het belangrijkst zyn die in het Helena-Veen, Noordbrabants
zuidoostelyksten hoek; de geheele productie bedraagt echter
niet veel meer dan één millioen ton turf, — in verhouding tot
Drenthe en Overysel van weinig beteekenis.
d) Handel. De buitenlandsche bepaalt zich tot den
aanvoer der grondstoffen ten behoeve der talrijke fabrie-
ken *), en den uitvoer van paarden, slachtvee en landbouw-
voortbrengselen. De binnenlandsche is van meer belang:
niet alleen breiden de markten zich voortdurend uit, doch graan,
*) Alleen in Tilburg werden in 1862, dus vóór de opening van den spoorweg;,
17 millicen kilngr. steenkolen per as aangevoerd, thans is dit cijfer verdubbeld.
16