Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■185
land verbindt en bet kleine St. Philipsland ook reeds door
een dam aan Noordbrabant werd gebecht (zie § 28).
§ 143. Zeeland is een landbouwend gewest, voorts is er
veeteelt; de buitenlandsche handel is niettegen-
staande de gunstige ligging van veel minder belang dan de
binnenlandsche; de visscherij en de nijverheid be-
palen zich tot enkele oorden.
a) Landbouw. Het bouw- en grasland is hier gelijk
verdeeld: op de eilanden zijn naar verhouding meer weiden,
op het vasteland meer bouwakkers, zoodat de bemesting er
zelfs onder lijdt; daar de akkerbouw met veel zorg gedreven
wordt en de beste plekjes van de zware klei er toe bestemd
worden, zijn de oogsten aanzienlijk: tarwe is het hoofdpro-
duct, zoodat Zeeland ruim één-vierde van den geheelen tarwe-
oogst in Nederland oplevert en de hoedanigheid uitnemend is;
voorts gerst, rogge, haver, aardappelen en boonen, oliezaden,
fijne zaden, vlas en meekrap in groote hoeveelheden; deze
beide laatste zeer wisselvallige producten vorderen bij gunstigen
uitslag zeer veel handen-arbeid onder anderen in talrijke mee-
stoven en eenige garancine-fabrieken. De houtteelt is niet belang-
rijk en slechts één-veertigste deel van den bodem is er aan ge-
wijd , toch ziet men hier en daar goed opgaand houtgewas
en veel beschaduwde dijken en landwegen. De verveening
is er van geringen omvang, alleen in oostelijk Zeeuwsch-
Vlaanderen is zij noemenswaardig.
Zoo weinig beteekenend de warmoezerij is, zoo belangrijk
is de ooftteelt, die op menig eiland het landschap in de
lente als onder een bloemenkleed bedekt.
b) Veeteelt. De veestapel is hier van minder belang dan
in eenig ander gewest: ruim 55000 runderen van goed ras vol-
doen niet aan de behoefte aan mest, vooral niet in Zeeuwsch-
Vlaanderen, doch leveren goede boter en uitmuntend slacht-
vee; de schapen zijn ten getale van 35000 aanwezig; varkens
ruim 16000 stuks, deze voorzien niet slechts in de eigen be-
hoefte der bevolking, maar in gezonde jaren worden er vrg
wat uitgevoerd. In verhouding tot de oppervlakte is het aan-
tal paarden aanzienlijk, 23000 stuks, grootendeels van zeer
sterk ras, om den ploeg door de voren te kunnen sleepen.
De bijenteelt is in Zeeland van gering belang en ook aan
pluimvee wordt geen bijzondere zorg besteed. Vreemd genoeg is
de jacht op waterwild hier niet winstgevend, maar het klein