Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■184
sehe provinciën Oost- en West-Vlaanderen ten zuiden. De
rechterlijke verdeeling bestaat thans uit de Arrondissementen:
Middelburg, met de Kantons Middelburg, Vlissingen, Sluis
en Oostburg; Goes, met de Kantons Goes, Heinkenszand, Cort-
gene. Axel en Hulst; en Zierikzee met de Kantons Zie-
rikzee , Brouwershaven en Tholen; alzoo drie arrondissementen
en twaalf kantons in 112 gemeenten gesplitst.
Op 32 vierkante mijl of 176000 hectare, wonen 182000
inwoners in ruim 32500 huizen, voor verreweg het grootst
gedeelte op het platteland, dat veel meer welvaart geniet dan de
meeste steden; 73/^% der bevolking is protestantsch, 26%
roomsch katholiek, hoofdzakelijk in Zeeuwsch-VIaanderen,
slechts israëlietisch. Het onderwijs is vrg algemeen, maar
toch valt het in 't oog, dat hier in verhouding minder kinderen
schoolgaan, dan in de noordelijke provinciën; met Groningen
verschilt dit bijna één-derde. Goed rond, goed Zeeuwsch, is een
spreekwoord dat stellig ter gunste der inwoners pleit, die in tg-
den van gevaar voor geen der andere Nederlanders behoefden te
wijken, in het geven van bewijzen van moed en vaderlandsliefde.
§ 142. Bijna de geheele provincie bestaat uit polders,
en behalve de smalle duinzoom op Walcheren en de breede
duinreeks op Schouwen is al dat ingedijkte land vruchtbaar
en bebouwd, zoodat slechts één-veertigste woest of ongebruikt
ligt. Zware kleibodem is het karakter der eilanden en Vlaam-
sche polders, veel arbeid vorderend, maar ook veel voortbren-
gend; op de eilanden zijn de landhoeven meestal minder
uitgestrekt dan op het vasteland, alwaar ze gemeenlijk 40 tot
60 hectare groot zijn; veel zorg wordt zoowel hier als daar
aan den landbouw besteed en de braakligging meer en meer
vermeden , maar de toestand der weilanden is minder gunstig ,
daar de kunstmatige gelijkmaking van die gronden dikwerf
wordt nagelaten.
Breede stroomen scheiden de verschillende deelen eu vor-
deren zware kosten voor dijken en waterkeeringen; gelukkig
beschutten op vele plaatsen uitgestrekte schorren voor de woede
der opgeruide golven; doch op hunne beurt worden ook zij inge-
dijkt, wanneer de overdekkende kleilaag dik genoeg is, en
eindelijk slibben geheele kreken en rivier-armen toe, gelijk
de lange havens van enkele handelsteden reeds lang deden
zien, doch thans nog duidelijker merkbaar zal worden, nu
een spoorwegdijk Zuid-Beveland en Walcheren aan het vaste-