Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
met veel doortocht, aan de monding van het Noord-Hol-
landsch zeekanaal, waarvan de scheepsbeweging veel vertier
verschaft; het Tolhuis, alwaar de veer-stoomboot aanlegt,
is een door wandelwegen omgeven uitspannings-oord voor de
bewoners der hoofdstad.
§ 130. De eilanden, die tot Noord-Holland behooren, zgn
niet alle even belangrijk: — in de eerste plaats moet genoemd
worden het 18000 hectare groot, door ruim 6300 zielen be-
volkte Texel; aan de zuid- en westzijde beschermen duinen het
grootendeels door schapenfokker ij bloeiend hoofdeiland ,
dat met het aan landbouw gewijd Eierland één geheel
vormt; dijken beveiligen de oostelgke oevers. De hoofdplaats
is het aanzienlijk vlek de Burg, dat eenige flinke gebouwen
bevat; de gemeenschap met het naburig Nieuwe-diep wordt
onderhouden uit de haven van het Oude Schild, vroeger
welvarend door de bemoeiingen der toenmalige bewoners met
de scheepvaart. Visseherij, oesterputten, wiermaaierij, molens
en eene scheepstimmerwerf behooren onder de middelen van
bestaan opgesomd te worden, doch de levendige wolhandel is
de ruimstvloeiende bron van welvaart. Op Eierland is land-
bouw de voornaamste bezigheid en ten noorden van de Cocks-
dorp verrijst aldaar een nieuwe vuurtoren.
Hiertegenover ligt noordoostelij ker het uitgestrekte doch
schaars bevolkte Vlieland, met weinig vruchtbare akkers,
en waarvan de 600 inwoners van het loodswezen en de vis-
scherjj bestaan; midden in de zandduinen is het vuur van
Vlieland geplaatst.
Terschelling, weder noordoostelijker is belangrijker;
ruim 3200 bewoners wonen hoofdzakelijk in het dorp Wes-
terschelling, nabg den mond van het Vlie, en zijn
meestal schippers, loodsen en visschers, een kleiner getal
landbouwers; evenals op Vlieland beschermen ook hier duin-
reeksen tegen de woede der Noordzee-golven, en verrgst er
een groot kustlicht bij pasgenoemd dorp.
In de Zuiderzee liggen: Wieringen met 2200 inwoners,
hoog van grond met gras- en bouwlanden, veel schapenfok-
kerij en eenige visseherij en wiermaaierij. Eene quarantaine-
inrichting ligt aan den zuidwesthoek.
ürk, eene klip van nog niet 100 hectare midden in zee;
zeer sterk bevolkt, daar het ruim 1700 bewoners telt, die alle
van de visch vangst leven.