Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
§ 123. Nog meer dan één-tiende gedeelte van den grond is
woest en onbebouwd, grootendeels in de duinreeks, die de
westkust byna onafgebroken begeleidt; want behalve in het
heuvelachtige Gooiland zijn heidevelden er onbekend, en be-
staat byna het geheel gewest uit klei en veen, waarvan
sommige streken door vruchtbaarheid uitmunten, zooals de
Beemster en enkele andere polders, en vooral de streek tus-
schen Hoorn en Enkhuizen of Drechterland. Slechts een klein
gedeelte behoort oorspronkelijk tot het vasteland, want eigenlyk
was het noordelijk deel een schiereiland, bij Beverwijk door
eene nauwlijks een uur breede landengte aan 't zuiderdeel
verbonden, totdat door de bijna voltooide inpoldering van Y
en Wijker-meer deze toestand geheel is veranderd, daar thans
het noorder- en zuiderdeel alleen door het groote Amster-
damsche scheepvaart-kanaal is gescheiden. Vooral het voor-
malig schiereiland was in vroeger tijd nog met meren en
plassen overdekt, waarvan de belangrijkste bereids in vrucht-
bare polders zijn herschapen: Beemster (7200 hectare),
Zijpe, Schermer, Heer-Hugo Waard, Purmer, Wormer enz.;
het grootst van al de drooggemaakte meren is de Haarlem-
mermeer-polder, welke eene oppervlakte van 18000 hectare
beslaat. Behalve uit zulke droogmakerijen bestaat dit gewest
ook nog voor een belangrijk gedeelte uit aan de zee ontwoekerde
polders, zooals: de Anna-Paulowna-polder, het Koegras, het
Eierland, de Wieringerwaard, de Waard- en Groet-polders, groo-
tendeels van uitnemend vruchtbaar gehalte. De hooge duinen
strekken niet alleen tot bescherming tegen de zeegolven, maar
tevens tegen de zeewinden, wier verderfelyke werking op den
boomgroei daardoor schadeloos wordt gemaakt; langs den voet
der duinen treft men dan ook vrij wat houtgewas aan ; in West-
Friesland en Waterland echter veel minder, bijna niets dan
ooftboomen rondom de dorpen. De kloeke landbevolking be-
wijst dat het klimaat duurzaam niet ongezond is, al lokken
warme zomers dikwerf lastige koortsen uit; verbeterde afwa-
tering in den wintei- bracht echter ook daarin reeds verbetering.
§ 124. Het wei- en hooiland staat in verhouding tot het
bouwland als 6 tot 1, en derhalve treedt de veeteelt hierop
den voorgrond, ofschoon de akkerbou w eenigermate aan het
toenemen is; bijna al de steden zijn door koophandel en
zeevaart rijk geworden; de visscherij is voor vele kust-