Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
overig liet; namen als de »Mennonieten hemel" getuigden dat
het werkelyk een lustoord was, toen buiten aan buiten, met
prachtig geboomte bezet, uren lang de kalme Veclit-oevers van
Abcoude tot Maarssen begeleidden, en door keur van bloemen
en fraaie gebouwen ieders bewondering tot zich trokken. Thans
zyn de schoone oorden van Zeist, Driebergen, Doorn en Ame-
rongen in het Ryndal, en die van Amersfoort, Soest en Baarn
nabij de Eem meer gezocht, en de smaakvolle landhuizen, de
nette en sierlijke dorpen vinden bijna nergens hunne weder-
gade; doch een breede rug van woeste zandduinen en barre
heiden scheidt die beide landstreken.
§ 119. Veeteelt, landbouw, houtteelt, veenderij,
handel en in sommige oorden n ij v e r h e i d zy n de belang-
rijkste middelen van bestaan; er is driemaal meer weiland
dan bouwland in gebruik en bijna één-achtste van het gewest
is door bosschen bezet; 9'X, ligt onbebouwd.
a) Veeteelt. In het zuiden en westen is de hoofdzetel
der V e t w e i d e r ij en z u i v e 1 b e r e i d i n g, die evenwel ook in
het noorden en de lage landerijen langs de Eem bloeit; de
schoone runderkudde bestaat uit ruim 80000 stuks, dieinde
meeste oorden niet voor de Hollandsche behoeven te wijken; het
niet vermeerderend aantal schapen bedraagt tegenwoordig ruim
30000 stuks van zeer verschillend ras in de vochtige weiden en
op de droge heidevelden; 18000 varkens voorzien in de eigen
behoefte en worden ook naar elders vervoerd; van bokken en
geiten telt men nog geen 5000 .stuks; na Drenthe bezit Utrecht
de minste paardan, doch het aantal is toch reeds tot 12500
geklommen. De meeste hooibouw treft men aan langs de
monding en den benedenloop der Eem. De bijenteelt is in
de heidestreken van vrij groot belang, men telt er ruim 15000
korven; naar verhouding is de aanfokkerij van pluimvee min-
der belangrijk. Het jachtveld is gunstig bekend en door de
menigte ryke landbewoners wordt de liefhebbery der jacht hier
niet verwaarloosd, al bepaalt de opbrengst zich tot klein
wild, want het grove wild van de Veluwe overschrydt de
Stichtsche grenzen zelden; in het zuidwesten leveren de een-
dekooien nogal voordeel op.
h) Landbouw. De verbouw van fijne gewassen in sommige
oorden in het noorden, zuiden en westen, maakt in het oos-
ten plaats voor rogge- en boekweit-bouw en houtteelt; door