Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
door beddingen van ijzer-oer ongeschikt ter bebouwing is.
Naar gelang van het aantal der daartoe in gebruik gestelde
hectaren volgt hier eene opgave der Geldersche voortbrengse-
len: rogge, aardappelen, tarwe, boekweit, haver, erw-
ten en boonen, klaver, gerst, koolzaad, knollen en wortels,
tabak, vlas en hennep, en hop; daarvan leveren de zand-
gronden hoofdzakelyk alleen rogge, aardappelen, boekweit en
eenigen haver en gerst. De warmoezery ontwikkelt zich
meer en meer by de groote steden en op enkele zeer vrucht-
bare plekjes, maar van meer belang is de ooftteelt, die
in de lente vooral de Betuwe in één groot bloembed herschept,
wanneer appel-, peren-, kersen- en pruimenboomen in vollen
bloei staan: in goede jaren roepen deze producten vooral te
Tiel een levendig verkeer te voorschyn; alles wordt stroom-
afwaarts gevoerd, het meeste te Rotterdam naar Engeland
verscheept, en de Hollanders moeten zich dan later met onrijp
geplukt Duitsch ooft van mindere hoedanigheid te vrede stellen.
b) Veeteelt. De veestapel is hoogst aanzienlijk; ruim
180000 runderen, meestal van de beste kwaliteit, getuigen
hoe voedzaam het gras der uiterwaarden en lage landerijen
is; ruim 80000 schapen beweiden zoowel de grasrijke beem-
den als de Veluwsche schrale heiden, en verschillen naar ge-
lang van het voedsel ook van bouw, vleesch en wol; meer
dan 50000 varkens worden niet alleen voor eigen ver-
bruik maar ook voor den handel aangefokt, en hier is ook
de geiten teelt van gewicht, want dit huisdier is door 40000
stuks vertegenwoordigd; de 44000 Geldersche paarden zyn
niet groot, maar vlug en stevig, en de aanzienlijke paarden-
markten bewyzen, dat zij een belangrijk artikel van handel
zijn. In dit gewest worden de meeste ezels gehouden, maar
toch nog geen duizendtal.
De teelt van pluimvee is niet onbelangrijk, doch neemt
niet toe; de kippen worden meest om de eieren aangehou-
den , zelden vetgemest. In de lagere streken zijn veel een-
denkooien, doch het schijnt dat zij slechts eene matige vangst
opleveren. Op de Veluwe en in het Zutfensche is de bye n-
teelt een belangrijk nevenbedrijf. Het oude jachtveld der
Geldersche Hertogen en Edelen is nog een geliefkoosd oord
voor de beminnaars van dat vermaak; nergens anders dan
op de Veluwe vindt men grof wild, herten en reeën , en
menig landman is genoodzaakt zijn jong graan tegen nach-
telijke bezoeken dezer steeds in troepen rondzwervende die-