Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
van laag en lioog, onderanderen het bekende Montferland*).
Aan de schoone natuur der hoogere streken paart zich een
k O s t e 1 y k klimaat. Dat ook de bewoner met den bodem
afwisselt, is natuurlijk; tusschen den in weelde levenden Be-
tuwer en den met zorgen kampenden ontginner der woeste
gronden is er, ook wat de ontwikkeling van den geest betreft,
een groot onderscheid op te merken. Yan de oppervlakte is
één-vierde nog woeste grond.
§ 112. Landbouw en veateelt zijn de middelen van be-
staan in geheel Gelderland; natuurlijk bloeit de handel op
eenige plaatsen, de nijverheid weder elders; langs de Zui-
derzee geeft de visch vangst veel vertier.
a) L a n d b O u w. De bouwlanden staan in verhouding tot de
graslanden als 1 tot l'A, eu de bosschen nemen bijna één-
zevende der geheele oppervlakte in, want vooral in het oosten en
op de Yeluwe is de lioutteelt aller-aanzienlijkst. Dat de wijze
van behandeling der akkers op klei en zand er grootelgks ver-
schilt, spreekt van zelf; hier wordt meer zorg vereischt dan daar,
zal menig oppervlakkig beoordeelaar den kleiboer nazeggen,
maar deze verliest daarbij vermoedelijk uit het oog dat de rijke
gronden, by oordeelkundige behandeling, nog veel ryker
oogsten zouden kunnen opleveren, dan thans het geval is;
in algemeene treklcen mag men zeggen, dat de waarde van den
mest nog niet genoeg wordt gewaardeerd, dat betere afwatering,
diepere omwerking nog veel tot de welvaart zou kunnen bij-
dragen , en gelukkig worden dan ook tegenwoordig door velen
de nieuwere ervaringen in toepassing gebracht, ofschoon het
braakliggen in de kleistreken nog altijd in gebruik is op de
boerderyen , die meestal 30 tot 40 hectaren beslaan. Met kracht
wordt aan de ontginningen op de Yeluwe, met name
aan de noordelyke afhelling naar de Zuiderzee, de hand ge-
slagen ; ryks-domeinen en gemeente-gronden komen onder de
spade van den vlijtigen arbeider, die er echter meer met
zandstuivingen en kiezellagen te kampen heeft dan de bewo-
ner van het Graafschap, alwaar weder menig stuk grond
*) In Holland noemt men dit Graafschap Zntfen het A ch terlan d, doch
onlanïs las de schrijver daar eene aankondiging van diligence-routes in het „Voor-
land." Hoe nu, wio heeft gelijk? Een oude bewoner van die landstreek zeide:
fWij; want ivij ontvangen het eerst het water der groote rivieren en begroeten
de zon, vóür dat men dit in westelijker streken doen kan, derhalve liggen wij
niet achter- maar voorait." Zoo ziet men, dat er voorzichtigheid behoort te worden
in aclit gCQCrmi-n bij het toekennen van bijnamen.