Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
Groenlo, Aalten, Terborg, Doetinchem en Doesborgh; te
zamen vier arrondissementen, twee en twintig kantons en
honderd-zestien gemeenten.
Op bijna 93 vierkante geogr. mijl of 510000 hectare wonen
440000 ingezetenen in ongeveer 82000 woonhuizen, die op
de rijke Betuwsche kleigronden vrij wat aanzienlgker zijn dan
in de heide-ontginningen op de Veluwe en in het Graafschap
Zutfen; van de bevolking zijn 61"/o protestantsch, 38"/,,
roomsch-katholiek en 1"„ israëlietisch; ten opzichte van het
schoolonderwijs neemt dit gewest eene goede plaats in, en ver-
schillende inrichtingen getuigen van belangstelling in weten-
schappelijke ontwikkeling.
De Gelderscliman kenmerkt zich door gulheid en opgeruimd-
heid en bevindt er zich wél bij, het oorlogszwaard van vroeger
eeuwen te hebben verwisseld voor het zwaard des vredes, de
spade. Vooral met behulp van dat werktuig is dit gewest gewor-
den wat het thans is—eene der bloeiendste deelen van Nederland.
§ 111. De groote uitgestrektheid en de zeer onderscheiden
bestanddeelen geven aan de drie kwartieren een zeer verschil-
lend karakter, en het zijn de breede Rijn-armen welke die ver-
deeling bewerkstelligen. Het indertijd door de Batavieren be-
woonde eiland tusschen Rijn en Waal, de Betuwe, vormt met
het overig Geldersch grondgebied dat aan die levens-aders ligt een
rijk gedeelte, dat eeuwen achter elkander uitmuntende oogsten
opleverde en nog niet is uitgeput; het is 't voormalig Kwar-
tier van Nymegen, dat bij die hoofdplaats tot vriendelijke
heuvelklingen oprijst, aan wier voet de lieve dorpen Ubbergen
en Beek liggen. Hoe geheel anders is het gesteld ten noorden
van den Rijn, waar de zandige Veluwe »vale ouwe" een
overvloed van bruine heidevelden en bleeke zandduinen aanbiedt,
terwijl vooral langs de zoomen boschrijke hellingen, bescha-
duwde oasen en vruchtbare stroomdalen eene rijke afwisseling
aanbieden, waarvan de met fortuin begunstigde Nederlanders
partij wisten te trekken, zoodat eene onafgebroken reeks bui-
tens en villa's die schoone dreven tot sieraad strekken. Rechts
van den IJsel verandert het landschap op nieuw, bosch en
kreupelhout en graanakkers nemen de plaats in der vroeger
zoo uitgestrekte heidevelden, die in het midden en aan de
oostelijke grenzen nog dikwerf op kleiner schaal te voorschijn
treden; in het zuiden vindt men eene liefelijke afwisseling