Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
de nijverlieid meer op den voorgrond , in het noorden en
noordwesten de verveeningen; daar is ook de v i s c h v a n g s t
op de Zuiderzee niet onbelangryk.
a) Landbouw. De bouwakkers staan in verhouding tot de
wei- en hooilanden als 1 tot 2.5; toch is de landbouw hier
van groot belang: op de vette kleigronden langs den IJsel is
deze niet alleen zeer winstgevend, maar de daaraan besteedde
zorg is tevens zeer groot; minder aanzienlgk zijn de oogsten
in de streken benoorden de hoofdstad, en nieuwigheden,
door deskundigen verbeteringen geacht, worden in Staphorst
en Kouveen zelfs bijna onvoorwaardelgk afgekeurd; in 't land
van Vollenhove wisselen lage weiden met het hooge bouwland af,
en in het oostelgk deel bewondert men dikwgls het geduld en
de vlijt der landbouwers, maar merkt tevens op dat de ontwik-
keling van den landbouw er geen gelijken tred houdt met die
van het fabriekwezen. Als hoofdvoortbrengselen noemen wg
aardappelen, rogge, boekweit, haver, gerst, tarwe,
erwten en boonen, oliezaden en eenig v!as. Aanzienlgk is
de h O u 11 e e 11, die bijna o'/^ der oppervlakte beslaat; de war-
moezerij brengt veel welvaart aan, en de ooftteelt is vooral
langs den IJsel zeer belangrgk en winstgevend; men is er
dan ook reeds lang op bedacht geweest om het aanleggen van
boomgaarden te bevorderen en de aangewende pogingen wor-
den met gunstige gevolgen bekroond. Een uitgestrekt gedeelte
der provincie wordt evenals in Drenthe met veen-boekweit
bezaaid.
b) Veeteelt. De kostelijke uiterwaarden langs den IJsel
voeden talrijke kudden uitmuntende runderen; op de zand-
gronden is het ras onaanzienlgker, ofschoon men veel zorg
voor goede stalvoedering draagt. Het aantal runderen nadert
aan de 125000 en de zuivelbereiding is op de uiterwaarden,
maar vooral in het land van Vollenhove van gewicht; men
vervaardigt er meest boter. Het aantal schapen bedraagt
slechts 30000 en is steeds teruggaand, in zóóver een goed
teeken, omdat het getal in verband staat tot de verdeeling
der mark-gronden; hoe minder heidevelden, des te minder
schapen. Varkens zgn er meer dan de behoefte vordert en
er wordt veel gerookt spek, ham en worst, vooral uit
Wijhe, uitgevoerd; het getal is op ruim 22000 tebegrooten;
ook worden er meer bokken en geiteu dan in de noordelijke
gewesten gehouden, ruim 8000. Veel pogingen zijn aangewend