Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
§ 99. Vaudegeheele be vo 1 kingzijnbyna94/óprotestantsch,
4y,i roomsch-katboliek enruim 2% israelietisch; niettegenstaande
vele huisgezinnen zeer ver van de scholen wonen, is het onder-
was algemeen doorgedrongen en maakt menig hei-bewoner den
stedeling beschaamd door het trouw ter schole zenden zijner
kinderen. De toevloed van vreemdelingen, die zich in den loop
dez'er eeuw in dit gewest kwamen vestigen, heeft vry wat
invloed gehad op de zeden en gewoonten der bevolking, die niet
zoo sterk meer uitkomen als in de vroegere eeuwen, toen het
volk zelf regeerde en ruwheid vele goede eigenschappen over-
schaduwde ; nog vindt men er enkele sporen van, zooals te
Ruinen, dat almede het langst zijne onafhankelijkheid heeft
bewaard, maar nog in de jongste tyden menige donkere blad-
zijde in de geschiedenis der rechtspleging vulde. Het is on-
twijfelbaar dat Drenthe tegenwoordig waardig is eene plaats
tusschen onze provinciën te bekleeden; het heeft krachtig ge-
toond, dat het ontwikkeling en vooruitgang Avil bevorderen
door aanleg van goede wegen en de hier zoo nuttige kanalen,
en dat het daarvan partij trekt, blijkt uit den bloei der veen-
koloniën Hoogeveen, de Smilde en in de noordoostelyke streken,
terwyl overal waar de landbouw welvaart verspreidde boerderijen
verrijzen, welke voor die van geen ander gewest behoeven
onder te doen en eene groote tegenstelling vormen met de
eenvoudige stulpen van de nieuwe veen-ontginners. Het midden
der provincie is een tamelyk hooge, vrij ondankbare zandgrond,
met uitgestrekte heidevelden (het E11 e r t s - v e 1 d en andere)
bedekt; het westen is vooral in het zuiden het volkrijkst en
welvarendst, het oosten is tegenwoordig krachtig vooruitgaande.
Nergens vindt men zooveel h u n n e b e d d e n als op Drenthsch
gebied; deze grafsteden der vroegere bewoners worden tegenwoor-
dig voor verwoesting gevrijwaard en bestaan uit eenen langwerpi-
gen kring van opstaande reusachtige keien door een nog grooter
steen gedekt; op een uur afstand van Assen bij Rolde ligt
het voornaamste, doch allerwege vindt men er een aantal
verspreid, die den weetlust van den belangstellenden wandelaar
voldoening kunnen verschaffen; nog meer overblyfselen der
oudheid worden hier aangetroffen: wegen door de Romeinen aan-
gelegd en plekjes waar van ouds volksvergaderingen werden
gehouden en recht werd gesproken. Menig gedeelte der provin-
cie is schilderachtig fraai; het bosch aan de hoofdstad grenzende
en andere bevoorrechte oorden zijn bij velen niet onbekend.