Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
zeepziederij, eene zoutziederij en enkele olie- en houtzaag-
molens , weinig of geene fabrieken; de Martinikerk en vooral
het deftig stadhuis zijn bezienswaardig; als eene bg zonder-
heid vermelden wg hier eene algemeene of vereenigde chris-
telijke gemeente. Er zijn 4500 inwoners.
In de elf plattelandsgemeenten van Oostergo liggen
een aanmerkelgk aantal aanzienlijke dorpen; in de kleistre-
ken komen vooral in aanmerking: Hol werd met het veer
op Ameland; Ferwerd, Hallum, Ternaard en Anjum,
een aantal cichoreidrogergen en steen- en pannenbakkergen
zgn in die streek verspreid; meer zuidwaarts liggen: A k-
kerwoude met cichoreibereiderg en het door landgoederen
omringd, 2500 zielen tellend, Kollum; Buitenpost
nabij de Groninger grenzen met veel doortocht; B er gum
bij het meer van dien naam in een met buitenplaatsen ge-
sierd landschap en bijna 3000 inwoners; Dragten een zeer
aanzienlgk vlek van ruim 4000 zielen, met houtzaag- en
olie-molens, kalkbranderijen en markten; meer westwaarts
het scheeprijke Grouw, bloeiend door boterhandel, scheeps-
bouw, houtzagerg, zeilmakerij en leerlooierij, 2000 inwoners
tellend; zoowel hier als elders zijn de hoofdbestaanmiddelen
dezer streek veeteelt, landbouw en veendergen.
§ 95. De meeste steden liggen in West ergo, dat in
het zuiden meerrijk is, grootendeels graslanden bevat eu
waar derhalve veeteelt en zuivelbereiding het hoofdbestaan-
middel uitmaakt, terwgl het noorden door prachtige bouw-
landen uitmunt; men vindt er de steden:
Harlingen, de welvarendste zeehaven van geheel Fries-
land en door den aanleg der spoorwegen nog beter toe-
komst te gemoet gaande; de pas gebouwde havenwerken
bleken reeds spoedig te klein te zijn, zoodat iu 1875 een
verruimde haven is geopend, terwijl de stad aan de land-
zijde op uitbreiding bedacht is. De bevolking beloopt 10700
zielen en houdt zich vooral bezig met het levendig verkeer der
zeeschepen en der stoomvaart op Engeland; vier binnenvaarten
vereenigen zich in de breede binnenhaven, alwaar 's winters
een aantal vaartuigen eene veilige ligplaats zoekt, ruim 600
zeeschepen komen jaarlijks met hout, ijzer, steenkolen, granen,
zaden en ruw zout uit het buitenland, en vertrekken der-
waarts met voortbrengselen van het gewest. Die beweging